Ga verder naar de inhoud

KC27/23-0016

Fondée KC - Ruiselede Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - DEPONERING VOORWERPEN - EXTERNE RECHTSPOSITIE

De aangevochten beslissing is in voorliggende zaak een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis waarbij aan klager een tuchtsanctie van 30 dagen afzondering op de toegewezen verblijfsruimte (“ATV”) werd opgelegd omdat klager in de gevangenis, op de afdeling beperkte detentie, betrapt werd op het bezit van een gsm. In de motivering van de tuchtbeslissing stelt de directie dat klager verzaakte om zijn gsm bij aankomst in de inrichting op te bergen in zijn persoonlijke “oplaadlocker” in de inkomhal van de inrichting. De directie besloot om de gsm van klager naar aanleiding van de tuchtinbreuk de deponeren bij zijn waardevolle voorwerpen.

Met betrekking tot de tuchtsanctie van 30 dagen ATV:
Binnen de gevangenismuren is het bezit en/of gebruik van een gsm inderdaad verboden. Klager betwist dit niet en geeft ook toe dat hij een gsm bij zich had in de gevangenis. De directie kwalificeerde de inbreuk terecht als een tuchtinbreuk van de eerste categorie nl. “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”.
De sanctie van 30 dagen is streng (het maximum voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie) maar het valt binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie om deze sanctie aan dergelijke inbreuk te verbinden.
De tuchtbeslissing is niet onwettig, onredelijk of onbillijk in de mate dat een sanctie van 30 dagen ATV werd opgelegd.

Met betrekking tot de inbeslagname en deponering van de gsm van klager (tot aan diens vrijlating):
De directeur vermeldde tijdens de zitting dat gedetineerden onder beperkte detentie (zoals klager) normaal gezien zelf hun gsm uit een kluisje kunnen halen bij het verlaten van de gevangenis en dit er ook zelf terug moeten inleggen bij het binnenkomen van de gevangenis. De beslissing om de gsm af te nemen werd genomen omdat klager van deze regel misbruik maakte.

Het arsenaal van tuchtsancties wordt limitatief opgesomd in de Basiswet. De ontzegging van het bezit van bepaalde voorwerpen is een mogelijke tuchtsanctie, doch deze dient in de tijd beperkt te zijn (maximum 30 dagen voor een tuchtinbreuk van eerste categorie) en kan niet opgelegd worden samen met de tuchtsanctie van afzondering in de toegewezen verblijfsruimte. De directie heeft naast de tuchtsanctie van 30 dagen ATV een bijkomende sanctie aan klager opgelegd zonder dat daarvoor een wettelijke basis bestond. Bovendien nam de directie hiermee een besluit waarmee zij zich inmengde in de externe rechtspositie van klager. Hoewel het bezit van een gsm in het gebouw van de beperkte detentie (i.c. de gevangenis) verboden is, kan klager in het kader van zijn beperkte detentie immers normaal gezien buiten de gevangenis wél over zijn gsm beschikken.

De gevangenisdirectie kan op grond van de Basiswet enkel in bepaalde gevallen beslissingen nemen over het gebruik en bezit van voorwerpen binnen de gevangenismuren. Zij is niet bevoegd om een beslissing te nemen over het gebruik of bezit van voorwerpen buiten de gevangenismuren. De beslissing van de directie, waarbij aan klager de mogelijkheid werd ontzegd om buiten de gevangenismuren over zijn gsm te kunnen beschikken, is daarom onwettig en dient vernietigd te worden.
De klacht is met betrekking tot dit aspect van de beslissing gegrond. Klager dient onmiddellijk terug over zijn gsm te kunnen beschikken telkens wanneer hij de gevangenis verlaat in het kader van zijn beperkte detentie.