KC25/25-0055
Fondée
KC - Oudenaarde
Commission des plaintes
Autre décision directeur
CEL
Wanneer een gedetineerde minder dan 3 m² persoonlijke ruimte heeft, impliceert dit nog niet dat er effectief een schending is van art. 3 EVRM.
Het sterk vermoeden kan volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens weerlegd worden indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De inperkingen van de vereiste minimale persoonlijke ruimte van 3 m² zijn kort, incidenteel en gering;
- De inperkingen gaan gepaard met voldoende bewegingsvrijheid en activiteiten buiten de cel;
- De gedetineerde is opgesloten in een in het algemeen geschikt bevonden detentie-inrichting en er zijn geen andere verzwarende omstandigheden aan zijn of haar detentie.
De klachtencommissie is van oordeel dat het vermoeden in dit geval niet door de directie weerlegd kan worden.
Klager gaf op de zitting aan dat er regelmatig een nieuwe celgenoot op klager zijn cel werd geplaatst. Daarnaast heeft klager artrose en is hij al op leeftijd. Klager is niet aan het werk in de gevangenis en kan dus enkel genieten van de vastgelegde activiteiten buiten de cel zoals wandeling. Klager gaf op de zitting ook aan dat hij een periode ook met een roker op cel zat. Dit kan ook als verzwarende omstandigheid aanzien worden.
Gelet op de duur van de precaire situatie en de concrete leefomstandigheden in de cel, acht de klachtencommissie de situatie waarin klager zich bevond als in strijd zijnde met artikel 3 EVRM.
Daarnaast strookt ze evenmin met de zorgplicht die de directie heeft ten aanzien van haar gedetineerden.
De klacht is gegrond.
Wanneer een gedetineerde minder dan 3 m² persoonlijke ruimte heeft, impliceert dit nog niet dat er effectief een schending is van art. 3 EVRM.
Het sterk vermoeden kan volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens weerlegd worden indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De inperkingen van de vereiste minimale persoonlijke ruimte van 3 m² zijn kort, incidenteel en gering;
- De inperkingen gaan gepaard met voldoende bewegingsvrijheid en activiteiten buiten de cel;
- De gedetineerde is opgesloten in een in het algemeen geschikt bevonden detentie-inrichting en er zijn geen andere verzwarende omstandigheden aan zijn of haar detentie.
De klachtencommissie is van oordeel dat het vermoeden in dit geval niet door de directie weerlegd kan worden.
Klager gaf op de zitting aan dat er regelmatig een nieuwe celgenoot op klager zijn cel werd geplaatst. Daarnaast heeft klager artrose en is hij al op leeftijd. Klager is niet aan het werk in de gevangenis en kan dus enkel genieten van de vastgelegde activiteiten buiten de cel zoals wandeling. Klager gaf op de zitting ook aan dat hij een periode ook met een roker op cel zat. Dit kan ook als verzwarende omstandigheid aanzien worden.
Gelet op de duur van de precaire situatie en de concrete leefomstandigheden in de cel, acht de klachtencommissie de situatie waarin klager zich bevond als in strijd zijnde met artikel 3 EVRM.
Daarnaast strookt ze evenmin met de zorgplicht die de directie heeft ten aanzien van haar gedetineerden.
De klacht is gegrond.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/26-0294