TUCHT - MEERPERSOONSCEL - CELMUTATIE - MOTIVERING - KWALIFICATIE INBREUK - UITVOERING - VORMING
De klachten betreffen een tuchtbeslissing van 19/09/2024 en een ‘andere beslissing’ (het niet kunnen deelnemen aan een les) van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
In het tuchtdossier is een RAD van 17/09/2024 (feiten om 19.45 uur) voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 19/09/2024 heeft klager verklaard dat hij het afgelopen half jaar al 9 verschillende celgenoten heeft gehad. Hij wenst alleen in een monocel te verblijven. Hij is het beu om met 2 op een cel te zitten. Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd van 4 dagen ATV voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de orde en 2) het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD en de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager ontkent niet
dat hij weigerde een medegedetineerde toe te laten in zijn cel. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon dan ook redelijkerwijze oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie meent echter wel dat de kwalificatie “de opzettelijke aantasting van de orde”niet bewezen is. De klachtencommissie merkt op dat de directie geen melding maakt (noch in haar
tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) van de wijze waarop de orde door klager opzettelijk aangetast werd. De klachtencommissie acht deze kwalificatie niet correct en afdoende gemotiveerd. Deze kwalificatie kan dus niet worden weerhouden. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
De directie kon de feiten wel omschrijven als “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering dat klager heeft geweigerd een medegedetineerde toe te laten als celgenoot in zijn cel. Dit gedrag kan gekwalificeerd worden als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de tweede categorie maximaal 15 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 4 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om bovenstaande redenen, is de klacht gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de
feiten als “de opzettelijke aantasting van de orde”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
Wat betreft de ‘andere beslissing’, met name het niet kunnen deelnemen aan eenopleiding – de uitvoering van de tuchtbeslissing:
De directie kan de gedetineerde toestaan om zijn opleiding te volgen tijdens ATV. Zij is echter niet verplicht om dit toe te staan. Gezien de ernst van de feiten heeft de directie in dit geval geen uitzondering gemaakt. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich beklaagt over de wettelijke voorwaarden van ATV. De directie heeft enkel de Basiswet toegepast.
Om deze redenen is de klacht tegen de uitvoering van de tuchtbeslissing ongegrond.
De klachten betreffen een tuchtbeslissing van 19/09/2024 en een ‘andere beslissing’ (het niet kunnen deelnemen aan een les) van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
In het tuchtdossier is een RAD van 17/09/2024 (feiten om 19.45 uur) voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 19/09/2024 heeft klager verklaard dat hij het afgelopen half jaar al 9 verschillende celgenoten heeft gehad. Hij wenst alleen in een monocel te verblijven. Hij is het beu om met 2 op een cel te zitten. Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd van 4 dagen ATV voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de orde en 2) het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD en de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager ontkent niet
dat hij weigerde een medegedetineerde toe te laten in zijn cel. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon dan ook redelijkerwijze oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie meent echter wel dat de kwalificatie “de opzettelijke aantasting van de orde”niet bewezen is. De klachtencommissie merkt op dat de directie geen melding maakt (noch in haar
tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) van de wijze waarop de orde door klager opzettelijk aangetast werd. De klachtencommissie acht deze kwalificatie niet correct en afdoende gemotiveerd. Deze kwalificatie kan dus niet worden weerhouden. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.
De directie kon de feiten wel omschrijven als “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering dat klager heeft geweigerd een medegedetineerde toe te laten als celgenoot in zijn cel. Dit gedrag kan gekwalificeerd worden als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de tweede categorie maximaal 15 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 4 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om bovenstaande redenen, is de klacht gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de
feiten als “de opzettelijke aantasting van de orde”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.
Wat betreft de ‘andere beslissing’, met name het niet kunnen deelnemen aan eenopleiding – de uitvoering van de tuchtbeslissing:
De directie kan de gedetineerde toestaan om zijn opleiding te volgen tijdens ATV. Zij is echter niet verplicht om dit toe te staan. Gezien de ernst van de feiten heeft de directie in dit geval geen uitzondering gemaakt. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich beklaagt over de wettelijke voorwaarden van ATV. De directie heeft enkel de Basiswet toegepast.
Om deze redenen is de klacht tegen de uitvoering van de tuchtbeslissing ongegrond.