Ga verder naar de inhoud

KC25/24-0018

Non fondée KC - Oudenaarde Commission des plaintes Disciplinaire Mesure d'ordre
TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE - MOTIVERING

De klacht betreft een tuchtbeslissing van 10/06/2024 en een ordemaatregel tot afzetting van werk van 11/06/2024 van de directie van de gevangenis.

Wat betreft de tuchtbeslissing:
De tuchtbeslissing is gebaseerd op een RAD van 05/06/2024 (feiten om 14.30 uur). Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 12/08/2024 verklaart klager, bijgestaan door zijn raadsman, dat hij op een correcte manier tegen de beambte heeft gereageerd. Klager zou niet geroepen hebben. Hij verklaart vervolgens dat hij niet de enige was wiens rekje aan de celdeur stond. De raadsman van klager benadrukt ook dat hij het opmerkelijk vindt dat het steeds dezelfde beambte is die een RAD opstelt. Na het horen van klager werd door de directie een beslissing genomen. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 2 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan
een inbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.

De klachtencommissie acht de tuchtbeslissing tevens voldoende gemotiveerd. Zo wordt in de motivering vermeld dat betrokkene geen gevolg geeft aan de bevelen van het personeel. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct door de directie gevolgd werd. De
directie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de tweede categorie maximaal 15 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 2 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie redelijk. Zij stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang en de ernst van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 10/06/2024 niet gegrond.

Wat betreft de ordemaatregel:
Op 11/06/2024 nam de directie een ordemaatregel tot afzetting van werk van 3 maanden. Uit het RAD van 05/06/2024 en het verweer van de directie blijkt dat klager al meermaals bevelen en aanmaningen niet heeft gevolgd. Deze beslissing hing blijkbaar al een tijdje boven het hoofd van klager na een eerder opgelopen tuchtprocedure. De directie besloot toen klager een tweede kans te geven. Het laatste RAD heeft zo geleid tot deze beslissing waarin wordt benadrukt dat de gedetineerde een vertrouwensfunctie uitoefende. De directie onderlijnt tevens dat klager opnieuw een verzoek tot werk kon indienen. De motivering stelt klager voldoende in staat om de redenen van zijn afzetting van werk te begrijpen. Volgens de klachtencommissie is de ontslagbeslissing dan ook wettelijk. De beslissing is redelijk gelet op het RAD en gelet op de waarschuwingen die aan klager werden gegeven. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.