Ga verder naar de inhoud

KC25/24-0010

KC - Oudenaarde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - CELCONTROLE - MEDISCH

De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis, waarbij de directie 7 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte oplegde wegens de inbreuk van het huishoudelijk reglement.

Klager stelt vooreerst dat het niet duidelijk is op basis waarvan men een celcontrole uitvoerde. Wat het aspect van de beschadigde matras betreft, stelt klager dat de directie de celinventaris pas
toevoegde als stuk in het kader van de klachtenprocedure, maar dat dit stuk nooit werd gevoegd in het kader van de tuchtprocedure en bijgevolg niet tegensprekelijk werd gemaakt. Uit het verslag van
de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt echter dat hij wel kennis had van de celinventaris. Zijn advocaat zegt namelijk : “Op zijn celinventaris staat dat er 1 matras in goede staat aanwezig was op zijn cel
en dat is nog steeds zo”.

Hij schrijft bovendien dat klager niet in staat was om zijn verdediging voor te bereiden aangezien bij de oproeping van de tuchtzitting niet duidelijk was voor welke inbreuken hij werd opgeroepen. In de
oproeping is duidelijk verwezen naar het RAD. Hieruit blijkt echter duidelijk dat er opgespaarde medicatie gevonden was en dat er een kapotte matras en matrasbeschermer was aangetroffen, waarvoor ook al een schaderapport was opgesteld. De alleenzetelend klachtenrechter is daarom van oordeel dat klager wel degelijk kon weten waarover de hoorzitting zou gaan.

De tuchtbeslissing is genomen op basis van inbreuken op het huishoudelijk reglement. De alleensprekend klachtenrechter is van oordeel dat de directie deze inbreuken redelijkerwijze kon weerhouden. Klager spreekt niet tegen dat de celinventaris enkel 1 matras vermeldt, terwijl er zich nu twee matrassen in zijn cel bevonden, waaronder 1 beschadigde matras.

Ook wat de opgespaarde medicatie betreft, betwist klager niet dat deze medicatie hem toebehoort. Hoewel deze medicatie inderdaad niet bij wet verboden is, zoals klager terecht stelt, is het opsparen van medicatie wel degelijk een inbreuk van het huishoudelijk reglement. De directie heeft klager niet gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of namens de wet verboden substanties of
voorwerpen, maar enkel voor een inbreuk van het huishoudelijk reglement. De alleensprekend klachtenrechter volgt het argument van klager dat de beslissing niet voldoende gemotiveerd is niet. Uit de motivering moet duidelijk blijken waarom men een bepaalde beslissing neemt. De motivering vermeldt heel duidelijk wat men als inbreuk op het huishoudelijk reglement
beschouwt en herneemt zelfs de bepalingen in het huishoudelijk reglement. Op basis hiervan kon klager afleiden waarom hij deze sanctie opgelegd kreeg.
Tot slot is de alleensprekend klachtenrechter van oordeel dat de tuchtsanctie van 7 dagen ATV wettig en redelijk is. Voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie kan de directie volgens de wet
namelijk tot 15 dagen ATV opleggen. De klacht is kennelijk ongegrond.