KC21/26-0089
Fondée
Compensation
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Autre décision directeur
PERSONEEL - TELEFONIE - TEGEMOETKOMING
Klager beklaagt zich over de beslissing van de beambte om hem al na 14 minuten zijn videogesprek te laten afronden. Het betreft een beslissing namens de directeur.
De Basiswet bevat geen specifiek wettelijk kader omtrent videobellen. Dit betreft een bijkomende mogelijkheid bovenop de contacten met de buitenwereld zoals voorzien in de Basiswet (telefonie, bezoek), zodat de directie in principe vrij kan beslissen over de organisatie en frequentie. Het videobellen wordt in de gevangenis van Merksplas geregeld door een dienstnota van april 2020. Hieruit blijkt dat klager recht heeft op 20 minuten bellen in het voor hem voorziene tijdslot van 30 minuten.
Klager maakt het aannemelijk dat hij op 21 mei 2026 slechts 14 minuten mocht bellen. De directie kon hetgeen klager hierover aanvoerde onvoldoende weerleggen. De klachtencommissie acht de beslissing van de beambte om klager al na 14 minuten zijn videogesprek te laten afronden, strijdig met de dienstnota. Om deze reden is de klacht gegrond.
Aangezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden (artikel 158, §4, tweede lid Basiswet) kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe aan klager: één extra videogesprek van 20 minuten, uit te voeren binnen de 30 dagen na betekening van deze uitspraak.
Klager beklaagt zich over de beslissing van de beambte om hem al na 14 minuten zijn videogesprek te laten afronden. Het betreft een beslissing namens de directeur.
De Basiswet bevat geen specifiek wettelijk kader omtrent videobellen. Dit betreft een bijkomende mogelijkheid bovenop de contacten met de buitenwereld zoals voorzien in de Basiswet (telefonie, bezoek), zodat de directie in principe vrij kan beslissen over de organisatie en frequentie. Het videobellen wordt in de gevangenis van Merksplas geregeld door een dienstnota van april 2020. Hieruit blijkt dat klager recht heeft op 20 minuten bellen in het voor hem voorziene tijdslot van 30 minuten.
Klager maakt het aannemelijk dat hij op 21 mei 2026 slechts 14 minuten mocht bellen. De directie kon hetgeen klager hierover aanvoerde onvoldoende weerleggen. De klachtencommissie acht de beslissing van de beambte om klager al na 14 minuten zijn videogesprek te laten afronden, strijdig met de dienstnota. Om deze reden is de klacht gegrond.
Aangezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden (artikel 158, §4, tweede lid Basiswet) kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe aan klager: één extra videogesprek van 20 minuten, uit te voeren binnen de 30 dagen na betekening van deze uitspraak.