Ga verder naar de inhoud

KC21/26-0063

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook ondertekend werd door een getuige van het personeel. Uit de tuchtbeslissing blijkt dat klager enkel tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. De klachtencommissie is echter van oordeel dat nergens uit het RAD blijkt dat klager de fysieke integriteit van zijn celgenoot heeft aangetast. Uit het RAD blijkt enkel dat de beambten klager hebben gevonden terwijl zijn medegedetineerde over hem voorovergebogen stond, en ze naar elkaar aan het roepen waren. Bovendien ontkent klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting resoluut dat hij zijn medegedetineerde geslagen zou hebben, en stelt hij dat hij het slachtoffer is en zelf werd aangevallen. Voor het bewezen zijn van de tuchtrechtelijke inbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” is het echter noodzakelijk dat duidelijk uit het RAD of op basis van andere gegevens blijkt dat klager ook effectief slagen heeft uitgedeeld aan zijn medegedetineerde of hiermee gedreigd heeft, hetgeen nergens uit het RAD blijkt. De stelling dat klager “zijn celgenoot in een greep [heeft gehouden] tot de PBA's aanwezig waren gelet deze agressief was”, zoals de directie stelt in de motivering van de tuchtbeslissing, wordt bovendien nergens door het RAD zelf bevestigd of blijkt nergens uit andere stukken. Daarnaast wordt in de motivering van de tuchtbeslissing verwezen naar het overtreden van het huishoudelijk reglement en naar de opzettelijke aantasting van de orde, terwijl uit de eerste pagina van de tuchtbeslissing blijkt dat klager hier niet voor tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd.

Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en beveelt de schrapping ervan uit het tuchtregister van klager.