TUCHT - TOEREKENBAARHEID - GEÏNTERNEERDE
Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Hij verklaart dat hij zich onrechtmatig behandeld voelt. Alles is begonnen met het vragen naar medicatie voor de pijn in zijn rug. De dokter wilde hem echter geen ibuprofen voorschrijven. Klager heeft meermaals aan het personeel aangegeven dat hij aan het afzien was van de pijn. In de nacht van 18 op 19 maart heeft klager opnieuw aan het personeel iets van pijnstilling gevraagd. Het verplegend personeel had paracetamol gegeven door het winket. Iets anders mochten ze niet geven van de dokter. Klager is hierdoor boos geworden en hij heeft zeer hard op het winket geklopt waardoor het winket tegen de hand van een beambte is gevlogen. Klager heeft hier spijt van en hij wilde zich excuseren maar het kwaad was al geschied. Klager moest verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting en hij heeft zes dagen strafcel gekregen. Eenmaal in de strafcel kreeg hij wel ibuprofen.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van eerste categorie namelijk de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De klachtencommissie stelt vast dat de vaststellingen in het RAD gedetailleerd en volledig werden weergegeven waardoor er geen twijfel bestaat over het feit dat klager de beambte heeft verwond door op het winket te slaan. Klager geeft dit in zijn klacht ook toe alleen was dit niet zijn bedoeling en heeft hij hier ook spijt van. De directeur dient echter ook na te gaan of de gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor de feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze beoordeling is in het bijzonder van belang in het geval van geïnterneerde personen. Klager verblijft als geïnterneerde persoon in de gevangenis. Hoewel de tuchtbeslissing uitgebreid werd gemotiveerd, bevat de motivering niet de beoordeling van de directie over de toerekenbaarheid van de feiten aan klager. Er wordt helemaal niets vermeld over het feit dat klager in de gevangenis verblijft onder het interneringsstatuut, noch over de geestestoestand van klager op het moment van de feiten waardoor de directie van oordeel was dat klager die avond helder en bewust was. Omdat de bestreden beslissing niet naar recht werd gemotiveerd, is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.
Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Hij verklaart dat hij zich onrechtmatig behandeld voelt. Alles is begonnen met het vragen naar medicatie voor de pijn in zijn rug. De dokter wilde hem echter geen ibuprofen voorschrijven. Klager heeft meermaals aan het personeel aangegeven dat hij aan het afzien was van de pijn. In de nacht van 18 op 19 maart heeft klager opnieuw aan het personeel iets van pijnstilling gevraagd. Het verplegend personeel had paracetamol gegeven door het winket. Iets anders mochten ze niet geven van de dokter. Klager is hierdoor boos geworden en hij heeft zeer hard op het winket geklopt waardoor het winket tegen de hand van een beambte is gevlogen. Klager heeft hier spijt van en hij wilde zich excuseren maar het kwaad was al geschied. Klager moest verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting en hij heeft zes dagen strafcel gekregen. Eenmaal in de strafcel kreeg hij wel ibuprofen.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van eerste categorie namelijk de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De klachtencommissie stelt vast dat de vaststellingen in het RAD gedetailleerd en volledig werden weergegeven waardoor er geen twijfel bestaat over het feit dat klager de beambte heeft verwond door op het winket te slaan. Klager geeft dit in zijn klacht ook toe alleen was dit niet zijn bedoeling en heeft hij hier ook spijt van. De directeur dient echter ook na te gaan of de gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor de feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze beoordeling is in het bijzonder van belang in het geval van geïnterneerde personen. Klager verblijft als geïnterneerde persoon in de gevangenis. Hoewel de tuchtbeslissing uitgebreid werd gemotiveerd, bevat de motivering niet de beoordeling van de directie over de toerekenbaarheid van de feiten aan klager. Er wordt helemaal niets vermeld over het feit dat klager in de gevangenis verblijft onder het interneringsstatuut, noch over de geestestoestand van klager op het moment van de feiten waardoor de directie van oordeel was dat klager die avond helder en bewust was. Omdat de bestreden beslissing niet naar recht werd gemotiveerd, is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.