Ga verder naar de inhoud

KC21/26-0041

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - TOEREKENBAARHEID - TEGEMOETKOMING

Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee".

• Met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten en de kwalificatie
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Hoewel klager zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht stelt dat het gat al meer dan twee jaar aanwezig was in zijn cel, is de klachtencommissie van oordeel dat uit het RAD duidelijk blijkt dat na nazicht van de vorige kamercontrole twee weken voordien, het gat nog niet aanwezig was. Hoewel klager gevraagd heeft om navraag te doen bij degene die zijn cel poetst, blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat klager alleen op cel verblijft en er wekelijks een kamercontrole gebeurt, waardoor de klachtencommissie van oordeel is dat de directie voldoende onderzoek heeft verricht en niet bijkomend nog andere personen had moeten bevragen. Aangezien het gat goed zichtbaar is en op ooghoogte is, hecht de klachtencommissie geen geloofwaardigheid aan de stelling van klager dat dit gat al meer dan twee jaar aanwezig zou zijn en nog nooit tijdens de wekelijkse kamercontroles zou opgemerkt geweest zijn door het personeel. Het feit dat er geen afval of werkmateriaal gevonden werd, zoals in de klacht gesteld wordt, is volgens de klachtencommissie geenszins het bewijs dat klager het gat niet gemaakt zou hebben. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten.

• Met betrekking tot de toerekenbaarheid
Aangezien klager geïnterneerd is, moet de directeur in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie nergens in de motivering van de tuchtbeslissing aanhaalt dat klager geïnterneerd is, noch waarom zij klager verantwoordelijk acht voor zijn daden door te beoordelen of klager op het moment van de feiten bewust en helder was en over een vrije wil en oordeelsvermogen beschikte. Het loutere feit dat klager helder communiceert tijdens de hoorzitting, zegt niets over de toestand van klager in de periode waarin het gat gemaakt werd. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de tuchtbeslissing niet naar recht gemotiveerd werd.

De klachtencommissie kent aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 75 belminuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.