Ga verder naar de inhoud

KC21/26-0034

Non fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - TOEREKENBAARHEID

Klager dient een klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.

• Met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten en de kwalificatie
Klager stelt in zijn klacht dat hij niet handelt in verboden substanties. De klachtencommissie merkt op dat uit de tuchtbeslissing duidelijk blijkt dat klager niet gesanctioneerd werd voor “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. Klager werd enkel tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor een inbreuk op het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook ondertekend werd door een getuige van het personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager niet dat hij de verboden goederen had meegenomen naar de fitness, maar stelt hij enkel dat het om een vergetelheid ging. Bovendien geeft klager in zijn klacht toe dat hij het buisje dat hij op de wandeling gevonden had, beter in de vuilbak had gegooid. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie afdoende gemotiveerd heeft waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten.

• Met betrekking tot de toerekenbaarheid
Klager verwijst naar de rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie over de toerekenbaarheid en spreekt van een schending van de motiveringsplicht. De klachtencommissie stelt echter vast dat de directie wel degelijk uitgebreid uiteenzet waarom klager helder en bewust was op het moment van de feiten en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte. Hoewel de klachtencommissie begrip heeft voor de moeilijke situatie van klager naar aanleiding van het overlijden van zijn zus, heeft de directie in de motivering voldoende duidelijk uiteengezet dat klager op het moment van de feiten helder kon redeneren en inderdaad aanvoelde dat zijn gedrag niet wenselijk was. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144, § 6 en artikel 8 van de Basiswet.

• Met betrekking tot de opgelegde sanctie
De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van het verbod om deel te nemen aan de fitness gedurende zeven dagen. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan dit maximaal gedurende vijftien dagen opgelegd worden. Bovendien was er een verband tussen de feiten en de opgelegde sanctie zodat de bijzondere tuchtsanctie een spiegelende sanctie was. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.