KC21/26-0032
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directie baseerde zich op het RAD voor het bewijs van de feiten. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De advocaat van klager voert aan dat, gelet op het verloop van de tuchtzitting, het buiten kijf staat dat klager ontoerekeningsvatbaar is om het voorwerp uit te maken van een tuchtmaatregel. Hij verwijst daarmee naar het gegeven dat klager aan het einde van de tuchtzitting met uitwerpselen smeet. De klachtencommissie herhaalt dat de directie zich moet uitspreken over het gedrag van klager op het ogenblik van de feiten. Het gedrag van klager ter tuchtzitting is dan ook niet relevant. Bovendien is de ontoerekeningsvatbaarheid van klager, gelet op zijn internering, steeds het uitgangspunt. In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar zijn uitspraken op het ogenblik van de feiten, zoals uitvoerig weergegeven in het RAD van 7 februari 2026. De klachtencommissie meent dat de directie in haar motivering terecht verwijst naar het gedrag en de uitspraken van klager op het ogenblik van de feiten. De conclusie die de directie daaruit getrokken heeft omtrent de toerekenbaarheid van de feiten gaat de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. Volgens de klachtencommissie voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 7 dagen ATV. De klachtencommissie acht de opgelegde sanctie wettelijk en redelijk.
De klacht is ongegrond.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directie baseerde zich op het RAD voor het bewijs van de feiten. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De advocaat van klager voert aan dat, gelet op het verloop van de tuchtzitting, het buiten kijf staat dat klager ontoerekeningsvatbaar is om het voorwerp uit te maken van een tuchtmaatregel. Hij verwijst daarmee naar het gegeven dat klager aan het einde van de tuchtzitting met uitwerpselen smeet. De klachtencommissie herhaalt dat de directie zich moet uitspreken over het gedrag van klager op het ogenblik van de feiten. Het gedrag van klager ter tuchtzitting is dan ook niet relevant. Bovendien is de ontoerekeningsvatbaarheid van klager, gelet op zijn internering, steeds het uitgangspunt. In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar zijn uitspraken op het ogenblik van de feiten, zoals uitvoerig weergegeven in het RAD van 7 februari 2026. De klachtencommissie meent dat de directie in haar motivering terecht verwijst naar het gedrag en de uitspraken van klager op het ogenblik van de feiten. De conclusie die de directie daaruit getrokken heeft omtrent de toerekenbaarheid van de feiten gaat de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. Volgens de klachtencommissie voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 7 dagen ATV. De klachtencommissie acht de opgelegde sanctie wettelijk en redelijk.
De klacht is ongegrond.