KC21/26-0025
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING
Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn ontslag. Hij heeft anderhalve maand gewerkt in het werkhuis. Hij heeft een paar dagen niet gewerkt omdat hij ziek was of omdat hij naar zijn advocaat wou bellen. Hij heeft doktersattesten die aantonen dat hij wel degelijk ziek was. Anders dan klager stelt in zijn klacht, blijkt uit de motivering van de ontslagbeslissing niet dat klager werd ontslagen omdat hij afwezig was van het werk door ziekte. De beambte die het meldingsverslag heeft opgemaakt, heeft de afwezigheden van klager opgesomd. Ofwel vroeg klager om naar de dokter te gaan, ofwel vroeg hij om te gaan bellen ofwel kwam hij niet opdagen omdat hij geen zin had. Gemiddeld was hij per week twee van de vijf werkdagen afwezig. Drie keer werd er geregistreerd dat klager een dokter had gevraagd en slechts één keer werd er geregistreerd dat hij wel degelijk ziek was. Vaak zijn er meldingen gemaakt omdat hij geen zin had om te komen werken en de meeste afwezigheden zijn het gevolg van de vraag van klager om te mogen bellen. De beambte heeft deze afwezigheden echter vergeleken met de telefoniegegevens van klager en op de ogenblikken dat klager afwezig was van het werk om te mogen bellen, heeft hij die momenten niet gebruikt om daadwerkelijk te bellen. De directie heeft op basis hiervan besloten dat de werkattitude van klager niet verenigbaar is met een tewerkstelling in het werkhuis. De klachtencommissie meent dat de redenen voor het ontslag van klager duidelijk werden weergegeven in de bestreden beslissing. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie terecht tot de ongeschiktheid van klager heeft besloten. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen het ontslag ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan. Klager kan een nieuwe werkaanvraag indienen die vervolgens zal worden beoordeeld door de directie.
Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn ontslag. Hij heeft anderhalve maand gewerkt in het werkhuis. Hij heeft een paar dagen niet gewerkt omdat hij ziek was of omdat hij naar zijn advocaat wou bellen. Hij heeft doktersattesten die aantonen dat hij wel degelijk ziek was. Anders dan klager stelt in zijn klacht, blijkt uit de motivering van de ontslagbeslissing niet dat klager werd ontslagen omdat hij afwezig was van het werk door ziekte. De beambte die het meldingsverslag heeft opgemaakt, heeft de afwezigheden van klager opgesomd. Ofwel vroeg klager om naar de dokter te gaan, ofwel vroeg hij om te gaan bellen ofwel kwam hij niet opdagen omdat hij geen zin had. Gemiddeld was hij per week twee van de vijf werkdagen afwezig. Drie keer werd er geregistreerd dat klager een dokter had gevraagd en slechts één keer werd er geregistreerd dat hij wel degelijk ziek was. Vaak zijn er meldingen gemaakt omdat hij geen zin had om te komen werken en de meeste afwezigheden zijn het gevolg van de vraag van klager om te mogen bellen. De beambte heeft deze afwezigheden echter vergeleken met de telefoniegegevens van klager en op de ogenblikken dat klager afwezig was van het werk om te mogen bellen, heeft hij die momenten niet gebruikt om daadwerkelijk te bellen. De directie heeft op basis hiervan besloten dat de werkattitude van klager niet verenigbaar is met een tewerkstelling in het werkhuis. De klachtencommissie meent dat de redenen voor het ontslag van klager duidelijk werden weergegeven in de bestreden beslissing. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie terecht tot de ongeschiktheid van klager heeft besloten. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen het ontslag ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan. Klager kan een nieuwe werkaanvraag indienen die vervolgens zal worden beoordeeld door de directie.