Ga verder naar de inhoud

KC21/26-0004

Non fondée Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - SANCTIE

Klager heeft klacht ingediend tegen twee tuchtbeslissingen. Klager werd eerst tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:

- De opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee,
- De opzettelijke aantasting van de orde,
- Het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties.

De klachtencommissie stelt vast dat de beambte beide RAD’s bijzonder nauwkeurig en zorgvuldig heeft opgesteld. De vaststellingen zijn chronologisch en gedetailleerd weergegeven. De rapporten bevatten bovendien meerdere namen van getuigen. De klachtencommissie stelt vast dat uit deze vaststellingen blijkt dat klager meerdere tuchtinbreuken heeft gepleegd waaronder de weerhouden tuchtinbreuken van de aantasting van de fysieke integriteit van een beambte doordat klager deze beambte heeft geduwd, de opzettelijke aantasting van de orde door zijn medewerking aan de celcontrole en de naaktfouille niet te verlenen en de boel op stelten te zetten door het personeel uit te schelden én tot slot het bezit van wettelijk verboden substanties, namelijk het bezit van een pakket met roze pillen en een bruin blokje dat klager uit zijn broekzak haalde en wegsmeet. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager de vaststellingen in de RAD’s ontkende. Het waren volgens hem de beambten die hem agressief hadden behandeld en de naaktfouille die onmenswaardig was uitgevoerd. De klachtencommissie is echter van oordeel dat deze verklaring van klager in vergelijking met de zeer uitgebreide vaststellingen van het personeel, niet overtuigend is. De klachtencommissie besluit dat de directie de weerhouden tuchtinbreuken terecht bewezen heeft verklaard in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vier dagen strafcel. Deze sanctie was wettig. De klachtencommissie meent dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de buitensporige gewelddadige reactie van klager en zijn homofobe uitspraken tegenover het personeel. Om deze redenen is de klacht ongegrond.

Wat de tweede tuchtbeslissing betreft, heeft de directie opnieuw het verblijf in de strafcel opgelegd, deze keer gedurende vijf dagen. Op het moment dat de tuchtsanctie werd uitgesproken, bepaalde artikel 139 van de Basiswet dat indien gedurende de tijd van zijn verblijf in de strafcel de gedetineerde een zware aanslag pleegt op de fysieke integriteit van een persoon, de opsluiting in de strafcel kan worden verlengd op basis van een beslissing die genomen wordt overeenkomstig de in hoofdstuk V bepaalde procedure. Het verblijf in de strafcel kan in geen geval als gevolg van deze opeenvolgende beslissingen veertien dagen overschrijden. Voor de algemene tuchtsanctie van de afzondering in de toegewezen verblijfsruimte was er een gelijkaardige bepaling in artikel 142 van de Basiswet. In een arrest van 18 juni 2024 heeft de Raad van State artikel 142 van de Basiswet verduidelijkt. De Raad van State is van oordeel dat elke verlenging van een lopende ATV-sanctie ten gevolge van een tijdens deze ATV-sanctie gepleegde inbreuk, onwettig is behalve wanneer de nieuwe tuchtinbreuk een zware aanslag op de fysieke integriteit uitmaakte. In dat geval mag de sanctie wél verlengd worden en dit tot maximum 45 dagen. Deze verduidelijking werd door DG EPI aan de gevangenissen meegedeeld in een mededeling van 06.09.2024. De klachtencommissie is van oordeel dat deze rechtspraak a fortiori van toepassing is op de zwaardere sanctie van het verblijf in de strafcel. Uit de tuchtbeslissing blijkt dat klager werd gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de orde en het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties naar aanleiding van feiten die in de tuchtbeslissing worden omschreven als “pilletje op het lichaam + weigeren betreden aangeduide kamer.” Dit zijn tuchtinbreuken die werden gepleegd tijdens de lopende tuchtsanctie. Deze feiten maken geen zware aanslag uit op de fysieke integriteit van een persoon. Bijgevolg mocht het verblijf in de strafcel van klager conform artikel 139 van de Basiswet en de rechtspraak van de Raad van State niet verlengd worden en had de directie een andere tuchtsanctie moeten opleggen. Om deze reden is de klacht tegen deze tuchtbeslissing gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.