Ga verder naar de inhoud

KC21/26-0001

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - TOEREKENBAARHEID - GEÏNTERNEERDE - SANCTIE

Klager heeft een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. Volgens klager is er enkel rekening gehouden met het rapport maar is er geen onderzoek gevoerd naar de werkelijke gebeurtenissen. Klager ontkent dat er sprake was van dagenlange agressie. Hierover staat ook niets vermeld in de observatiefiche. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de advocaat van klager ook opgeworpen dat er geen psychiatrisch verslag voorlag waardoor de toerekeningsvatbaarheid van klager niet was aangetoond.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de orde. Uit het RAD blijkt dat klager ermee heeft gedreigd om zijn volledige cel én het hele paviljoen af te breken als hij niet snel naar een monocel zou worden overgeplaatst. Hij heeft meerdere keren op zijn celdeur gebonkt en gedreigd met fysieke agressie tegenover het personeel. De adjudant is tot bij klager moeten komen en uiteindelijk werd klager overgeplaatst naar de beveiligde cel. De klachtencommissie meent dat uit deze heldere vaststellingen blijkt dat klager de rust en orde op de sectie heeft verstoord. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager toegegeven dat hij op zijn deur heeft gebonkt. Hij ontkent echter gedreigd te hebben met geweld naar goederen en personeel. De klachtencommissie acht dit niet overtuigend aangezien klager zelf heeft toegegeven dat hij met veel frustraties zat en overtuigd was om in isolatie te gaan. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid kon bewezen verklaren.

De directeur dient vervolgens na te gaan of de gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor de feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze beoordeling is in het bijzonder van belang in het geval van geïnterneerde personen. In het voorliggend dossier was de directeur van oordeel dat klager wel degelijk verantwoordelijk is voor zijn gedrag aangezien hij de feiten doelbewust heeft gepleegd. Hij wou druk opvoeren om op een monocel te worden geplaatst. Wanneer hij uiteindelijk twee opties krijgt van de adjudant (wachten tot er plaats is op paviljoen E of naar de veiligheidscel worden overgebracht), heeft klager bewust gekozen om te worden overgebracht naar de veiligheidscel omdat hij dan de directie zou kunnen spreken. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur zijn oordeel over de toerekeningsvatbaarheid correct heeft gemotiveerd in de beslissing.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Uit de tuchtbeslissing blijkt dat de sanctie werd uitgevoerd vanaf 29.12.2025 om 20u00 tot en met 05.01.2026 om 20u00. De Basiswet voorziet dat wanneer de voorlopige maatregel omgevormd wordt naar een gelijkaardige tuchtsanctie, de tijd van de voorlopige maatregel in mindering van de tuchtsanctie moet worden gebracht. Uit navraag bij het klachtenbureau blijkt dat de voorlopige maatregel 72 uur heeft geduurd. Klager mocht op 25.12.2025 om 10u36 de beveiligde cel verlaten. De klachtencommissie besluit dat klager als voorlopige maatregel eigenlijk drie dagen onder ATV stond waardoor die drie dagen moesten worden inbegrepen bij de opgelegde tuchtsanctie van zeven dagen ATV. Klager had bijgevolg na het opleggen van de tuchtsanctie op 29.12.2025 nog maar drie dagen moeten verblijven onder ATV in plaats van zeven. De ATV-sanctie had dus moeten aflopen op 01.01.2026. Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager langer dan 01.01.2026 onder ATV stond.

Als tegemoetkoming vraagt klager dat het rapport en de tuchtbeslissing uit zijn dossier worden gehaald. Als gevolg van de gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht moet de directie het tuchtregister van klager aanpassen met betrekking tot de gedeeltelijk vernietigde tuchtsanctie. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan en ook vermeld. De klachtencommissie meent dat gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan de vraag van klager. De klachtencommissie kent daarom geen tegemoetkoming toe.