KC21/25-0234
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - TOEREKENBAARHEID
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 22/12/2025 en stelt dat hij geen psychiater heeft gezien, terwijl dit verplicht zou zijn voor een tuchtbeslissing aangezien hij geïnterneerd is.
• Met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten en de kwalificatie
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en uitvoerig werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ook ondertekend door zes getuigen van het personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. In zijn oorspronkelijke klacht stelt klager enkel dat hij niet gezien werd door een psychiater alvorens de tuchtbeslissing werd opgelegd. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft noch klager, nog zijn raadsman elementen naar voren gebracht die zouden doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat klager zich weldegelijk schuldig heeft gemaakt aan “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee” alsook aan “het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden”. Ondanks het feit dat de betrokken beambte klager meermaals heeft aangemaand om op te houden met het uiten van bedreigingen, heeft klager zijn gedrag pas stopgezet wanneer een medewerker van de zorg alsook de kwartieroverste erbij kwam. Daarnaast blijkt uit het RAD dat klager de betrokken beambte is gevolgd tot in de personeelsrefter om zijn relaas verder te zetten. De personeelsrefter betreft een ruimte waar gedetineerden zich niet mogen bevinden. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
• Met betrekking tot de toerekenbaarheid
De klachtencommissie stelt vast dat klager geïnterneerd is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De directie heeft dit uitvoerig gemotiveerd, zoals hierboven reeds werd weergegeven. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat uit deze motivering voldoende duidelijk blijkt dat klager op het moment van de feiten helder kon redeneren en inderdaad aanvoelde dat zijn gedrag niet wenselijk was. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144, § 6 en artikel 8 van de Basiswet.
Klager merkt in zijn klacht op dat hij als geïnterneerde een psychiater had moeten zien alvorens zijn tucht had kunnen worden opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat noch de Basiswet, noch de overige toepasselijke wetgeving dit voorschrijft.
Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 22/12/2025 en stelt dat hij geen psychiater heeft gezien, terwijl dit verplicht zou zijn voor een tuchtbeslissing aangezien hij geïnterneerd is.
• Met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten en de kwalificatie
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en uitvoerig werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ook ondertekend door zes getuigen van het personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. In zijn oorspronkelijke klacht stelt klager enkel dat hij niet gezien werd door een psychiater alvorens de tuchtbeslissing werd opgelegd. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft noch klager, nog zijn raadsman elementen naar voren gebracht die zouden doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat klager zich weldegelijk schuldig heeft gemaakt aan “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee” alsook aan “het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden”. Ondanks het feit dat de betrokken beambte klager meermaals heeft aangemaand om op te houden met het uiten van bedreigingen, heeft klager zijn gedrag pas stopgezet wanneer een medewerker van de zorg alsook de kwartieroverste erbij kwam. Daarnaast blijkt uit het RAD dat klager de betrokken beambte is gevolgd tot in de personeelsrefter om zijn relaas verder te zetten. De personeelsrefter betreft een ruimte waar gedetineerden zich niet mogen bevinden. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
• Met betrekking tot de toerekenbaarheid
De klachtencommissie stelt vast dat klager geïnterneerd is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De directie heeft dit uitvoerig gemotiveerd, zoals hierboven reeds werd weergegeven. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat uit deze motivering voldoende duidelijk blijkt dat klager op het moment van de feiten helder kon redeneren en inderdaad aanvoelde dat zijn gedrag niet wenselijk was. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144, § 6 en artikel 8 van de Basiswet.
Klager merkt in zijn klacht op dat hij als geïnterneerde een psychiater had moeten zien alvorens zijn tucht had kunnen worden opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat noch de Basiswet, noch de overige toepasselijke wetgeving dit voorschrijft.