TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Ter tuchtzitting erkent klager de vaststellingen in het RAD, namelijk dat hij de kamer niet terug binnen wou en nadien geklopt heeft op de deur. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten door te verwijzen naar klager zijn heldere manier van communiceren tijdens de hoorzitting. Klager kan op dat ogenblik een rationele uitleg geven voor zijn gedrag en beseft dat zijn gedrag fout was. De directie concludeert dat klager zijn gedrag bewust heeft gesteld en in staat is te reflecteren over zijn daden. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager en zijn toestand op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet dienstig. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd waardoor ze niet voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien klager aangaf dit via andere kanalen te zullen bekomen.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Ter tuchtzitting erkent klager de vaststellingen in het RAD, namelijk dat hij de kamer niet terug binnen wou en nadien geklopt heeft op de deur. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten door te verwijzen naar klager zijn heldere manier van communiceren tijdens de hoorzitting. Klager kan op dat ogenblik een rationele uitleg geven voor zijn gedrag en beseft dat zijn gedrag fout was. De directie concludeert dat klager zijn gedrag bewust heeft gesteld en in staat is te reflecteren over zijn daden. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager en zijn toestand op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet dienstig. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd waardoor ze niet voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien klager aangaf dit via andere kanalen te zullen bekomen.