Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0210

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - MOTIVERING - SANCTIE

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 5 november 2025 een tuchtsanctie van 30 dagen ATV voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet).

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Hierin wordt beschreven hoe klager tijdens het wandelmoment met een rechtse stoot uithaalt richting het gezicht van een medegedetineerde. Deze gedetineerde ontvangt stoten en trappen van een vijftiental gedetineerden, waaronder klager. Ter tuchtzitting ontkent klager de feiten en stelt dat hij de gedetineerde enkel aansprak op het feit dat deze hem de dag voordien slagen toebedeelde. Volgens klager sprong de gedetineerde zelf naar een medegedetineerde, en kreeg hij bijgevolg klappen. De directie hechtte geen geloof aan het verhaal van klager, en ging voort op de materiële vaststellingen in het RAD. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie vindt de kwalificatie correct maar wijst erop dat de loutere verwijzing naar het fysiek letsel dat klager aan de medegedetineerden toebracht afdoende was ter motivering van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit. De verwijzingen naar een passage uit het huishoudelijk reglement en naar het menswaardig samenlevingsklimaat zijn dan ook overbodig en nodeloos verwarrend. Ze dienen geschrapt te worden.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 30 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat deze sanctie wettelijk en gelet op de ernst van de feiten en het gegeven dat klager als eerste slagen uitdeelde, redelijk is. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klacht is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie beslist tot de gedeeltelijke vernietiging (artikel 158, §3, 3° Basiswet) van de motivering gaande van “Het HR (art. 106 BW) schrijft voor dat (…)” tot en met “(…) menswaardig samenleven genoemd worden.” De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuk van artikel 129, 1° Basiswet, de motivering hiervan en de opgelegde tuchtsanctie van 30 dagen ATV.