Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0200

Non fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Autre décision directeur
ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE - VERBODEN VOORWERPEN

Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de directie beslist heeft om klager te ontslaan uit de kleedkamer. De klachtencommissie heeft ook kennisgenomen van het meldingsverslag dat werd opgesteld naar aanleiding van de controle die was uitgevoerd op de werkplek van klager. Daaruit blijkt dat klager werkzaam was als stikker in de kleedkamer en dat achter zijn naaimachine een kast stond met veertien dozen, gevuld met kledij.

De klachtencommissie heeft voorafgaand aan de zitting een plaatsbezoek gebracht aan de kleedkamer en specifiek de werkpost van klager. De klachtencommissie heeft vastgesteld dat er een groot en hoog rek staat achter de tafel met daarop de naaimachine. Volgens het personeel dat toen aanwezig was in de kleedkamer, hing er tijdens de tewerkstelling van klager nog een gordijntje voor het rek en daarachter waren de dozen opgeslagen.

Zoals klager ook verklaard heeft in zijn klacht en tijdens de zitting, staat in het meldingsverslag dat klager een doos met achtergebleven kledij mocht bijhouden met de bedoeling dat de kledij, na enkele herstellingen door klager, geschonken werd aan de kapstok van de gevangenis. Uit het meldingsverslag blijkt echter dat de grote hoeveelheid kledij bij het personeel het vermoeden deed rijzen dat klager andere intenties had. Bovendien werd niet alleen kledij in deze dozen teruggevonden. In het meldingsverslag wordt een lijst van voorwerpen opgesomd, met inbegrip van een oplader, een mini gsm, een dongle, een fietscomputer en eten. Het meldingsverslag werd afgesloten met de opmerking dat klager deze spullen had verstopt in dozen waarin normaal T-shirts, sokken en ondergoed bewaard worden zodat er op het eerste zicht niets leek verstopt te liggen.

Hoewel de klachtencommissie meent dat de lange lijst van voorwerpen in het meldingsverslag aantoont dat er al langer iets misliep, besluit de klachtencommissie dat klager in de fout is gegaan door deze spullen te verzamelen. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie terecht tot een vertrouwensbreuk kon besluiten waardoor klager niet langer geschikt werd geacht om nog in de kleedkamer te werken. Aangezien de advocaat van klager tijdens de zitting van de klachtencommissie verklaarde dat er tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gesproken is geweest over het ontslag van klager, meent de klachtencommissie dat klager toen in de gelegenheid werd gesteld om zijn opmerkingen hierover te geven. Het is aan klager om een nieuwe werkaanvraag in te dienen bij de directie waarna klager ofwel onmiddellijk een nieuwe job zal aangeboden krijgen ofwel eerst op de wachtlijst zal worden geplaatst.

Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen de ontslagbeslissing ongegrond is. De ontslagbeslissing blijft bestaan.