KC21/25-0199
Irrecevable
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR – VOEDING – KANTINE
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij de maaltijden van de gevangenis “goedkope brol” vindt. Volgens hem is hij geen gedetineerde zodat hij wel mag kiezen wat hij wil eten maar hij krijgt zijn eigen eten niet. Hij zou hierover al verschillende rapportbriefjes hebben geschreven en de klachtencommissie zou de directie hier ook over hebben bevraagd.
De directie is verplicht om te zorgen dat alle gedetineerden in de gevangenis voldoende voedsel krijgen dat voldoet aan de normen van de moderne hygiëne. Klager verklaart in eerste instantie dat de maaltijden die hij krijgt in de gevangenis “goedkope brol” zijn maar brengt geen argumenten aan om dit te staven. De klachtencommissie heeft geen redenen om aan te nemen dat de directie verzuimd heeft aan haar zorgplicht op grond van artikel 42 van de Basiswet.
Daarnaast stelt klager dat hij zijn eigen eten niet zou krijgen hoewel hij dat al meerdere malen via rapportbriefjes aan de directie zou hebben gevraagd. Daarenboven zou de klachtencommissie de directie daarover al hebben gehoord. De klachtencommissie heeft geen eerdere klacht van klager behandeld over hetzelfde onderwerp. Uit het verweer van de directie blijk ook niet dat zij klager het recht op kantine heeft ontnomen. Klager is dus in de mogelijkheid om voeding volgens zijn voorkeur via de gewone kantine aan te kopen en deze op te eten op zijn cel. De directie heeft daar zelfs aan toegevoegd dat klager zijn eigen maaltijden kan bereiden in de keuken van de afdeling. De klachtencommissie besluit dat ook het recht op kantine van klager niet werd ingeperkt door een beslissing van of namens de directie of een verzuim om een beslissing te nemen.
Om deze redenen is de klacht niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij de maaltijden van de gevangenis “goedkope brol” vindt. Volgens hem is hij geen gedetineerde zodat hij wel mag kiezen wat hij wil eten maar hij krijgt zijn eigen eten niet. Hij zou hierover al verschillende rapportbriefjes hebben geschreven en de klachtencommissie zou de directie hier ook over hebben bevraagd.
De directie is verplicht om te zorgen dat alle gedetineerden in de gevangenis voldoende voedsel krijgen dat voldoet aan de normen van de moderne hygiëne. Klager verklaart in eerste instantie dat de maaltijden die hij krijgt in de gevangenis “goedkope brol” zijn maar brengt geen argumenten aan om dit te staven. De klachtencommissie heeft geen redenen om aan te nemen dat de directie verzuimd heeft aan haar zorgplicht op grond van artikel 42 van de Basiswet.
Daarnaast stelt klager dat hij zijn eigen eten niet zou krijgen hoewel hij dat al meerdere malen via rapportbriefjes aan de directie zou hebben gevraagd. Daarenboven zou de klachtencommissie de directie daarover al hebben gehoord. De klachtencommissie heeft geen eerdere klacht van klager behandeld over hetzelfde onderwerp. Uit het verweer van de directie blijk ook niet dat zij klager het recht op kantine heeft ontnomen. Klager is dus in de mogelijkheid om voeding volgens zijn voorkeur via de gewone kantine aan te kopen en deze op te eten op zijn cel. De directie heeft daar zelfs aan toegevoegd dat klager zijn eigen maaltijden kan bereiden in de keuken van de afdeling. De klachtencommissie besluit dat ook het recht op kantine van klager niet werd ingeperkt door een beslissing van of namens de directie of een verzuim om een beslissing te nemen.
Om deze redenen is de klacht niet-ontvankelijk.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/25-0348