Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0172

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GEINTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de orde. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en chronologisch het relaas van de feiten beschrijft. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in de motivering van de tuchtbeslissing afdoende heeft gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De klachtencommissie stelt vast dat klager echter geïnterneerd is. De directeur moet bijgevolg in de motivering van de tuchtbeslissing de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten als volgt:

- “Uit het RAD blijkt dat betrokkene zich wel degelijk bewust was van het voorgeschreven verbod. Dit blijkt enerzijds uit zijn gedrag waarbij hij aanhoudend blijft bonken, ondanks dat hij al werd geïnformeerd dat dit niet de bedoeling is.
- Betrokkene communiceert tijdens de hoorzitting helder. Hij verklaart zich goed te herinneren wat er gebeurd is maar dat het bonken volgens hem niet zo hard was, ondanks dat de medebewoners en de beambten het konden horen tot aan het centrum. Hij kan vertellen wat er gebeurd is, waarom hij dat deed en waarom hij ervoor koos de door hem gekende regels te overtreden.”

De klachtencommissie stelt vast dat de directie voor de beoordeling van de toerekenbaarheid van de tuchtrechtelijke inbreuk aan klager o.a. verwijst naar het RAD. De klachtencommissie meent echter niet dat uit het RAD blijkt dat klager op het moment van de feiten zeer coherent was. Uit het louter feit dat hij op de deur bonkt, kan niet worden afgeleid dat hij ‘zeer coherent’, helder en bewust was op het moment van de feiten. De klachtencommissie is derhalve van oordeel dat het RAD onvoldoende elementen bevat die toelaten een correct beeld van de geestesgesteldheid van klager op het moment van de feiten te vormen. Daarnaast is de klachtencommissie van oordeel dat het feit dat klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting helder communiceert, niets zegt over de vrije wil en het oordeelsvermogen van klager op het moment van de feiten. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de inbreuken aan klager dan ook niet afdoende gemotiveerd. De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen. In zijn klachtenformulier heeft klager niet om een tegemoetkoming verzocht. De klachtencommissie kent bijgevolg geen tegemoetkoming toe.