Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0147

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Merksplas.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “de opzettelijke aantasting van de orde”, een tuchtinbreuk van de eerste categorie.

De klachtencommissie stelt vast dat klager geïnterneerd is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie voor de beoordeling van de toerekenbaarheid van de tuchtrechtelijke inbreuken aan klager o.a. verwijst naar de bepalingen van het rapport aan de directeur van 02/08/2025. De klachtencommissie is echter van oordeel dat dit RAD onvoldoende elementen bevat die toelaten om een correct beeld van de geestesgesteldheid van klager op het moment van de feiten te vormen. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de inbreuken aan klager dan ook niet afdoende gemotiveerd.

Daarnaast is de klachtencommissie van oordeel dat het feit dat klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting helder communiceert, niets zegt over de vrije wil en het oordeelsvermogen van klager op het moment van de feiten. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de inbreuken aan klager dan ook niet afdoende gemotiveerd. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht.

Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144, §6 juncto artikel 8 van de Basiswet. De klacht is om deze redenen gegrond.