KC21/25-0139
Fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Autre décision directeur
INDIVIDUEEL DETENTIEPLAN
De gedetineerde heeft recht op een individueel detentieplan, dat een schets van het detentietraject bevat (artikel 38, §3 Basiswet). Dit plan wordt opgesteld in overleg en met medewerking van de gedetineerde. Hoewel het uitwerken van een individueel detentieplan niet volledig bij de directeur ligt, dient deze hier minstens een initiatief in te nemen. (BC/24-0015) Klager schreef de directie op 19 juni 2025 aan in verband met een individueel detentieplan. De directie antwoordde hem op 27 juni 2025 hierop te zullen terugkomen. Toch ondernam de directie in de maanden nadien niets meer om de uitwerking van het detentieplan op te starten. Deze situatie was ongewijzigd op 7 augustus 2025, het ogenblik van klachtindiening. Ter zitting van de klachtencommissie erkende de directie dat ze er nog niet aan was toegekomen om stappen te ondernemen maar dat ze er wel werk van moest maken. Ze engageerde zich om dit op korte termijn (twee maanden) te doen. De klachtencommissie besluit dat er in het voorliggend dossier inderdaad sprake was van een verzuim in hoofde van de directie. De klacht is gegrond. Teneinde de gevolgen van het verzuim ongedaan te maken draagt de klachtencommissie de directie op om binnen de 2 maanden na de betekening van deze beslissing het opstellen van een detentieplan voor klager op te starten.
De gedetineerde heeft recht op een individueel detentieplan, dat een schets van het detentietraject bevat (artikel 38, §3 Basiswet). Dit plan wordt opgesteld in overleg en met medewerking van de gedetineerde. Hoewel het uitwerken van een individueel detentieplan niet volledig bij de directeur ligt, dient deze hier minstens een initiatief in te nemen. (BC/24-0015) Klager schreef de directie op 19 juni 2025 aan in verband met een individueel detentieplan. De directie antwoordde hem op 27 juni 2025 hierop te zullen terugkomen. Toch ondernam de directie in de maanden nadien niets meer om de uitwerking van het detentieplan op te starten. Deze situatie was ongewijzigd op 7 augustus 2025, het ogenblik van klachtindiening. Ter zitting van de klachtencommissie erkende de directie dat ze er nog niet aan was toegekomen om stappen te ondernemen maar dat ze er wel werk van moest maken. Ze engageerde zich om dit op korte termijn (twee maanden) te doen. De klachtencommissie besluit dat er in het voorliggend dossier inderdaad sprake was van een verzuim in hoofde van de directie. De klacht is gegrond. Teneinde de gevolgen van het verzuim ongedaan te maken draagt de klachtencommissie de directie op om binnen de 2 maanden na de betekening van deze beslissing het opstellen van een detentieplan voor klager op te starten.