KC21/25-0058
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager immers zelf dat hij een vuurtje heeft gemaakt en geeft hij bijgevolg de feiten toe. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat de directie tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verwijst naar eerdere rapporten bij de directie over gelijkaardige feiten.
De klachtencommissie besluit dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager immers zelf dat hij een vuurtje heeft gemaakt en geeft hij bijgevolg de feiten toe. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat de directie tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verwijst naar eerdere rapporten bij de directie over gelijkaardige feiten.
De klachtencommissie besluit dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.