Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0035

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - GEÏNTERNEERDE

Klager dient klacht in tegen de tuchtbeslissing van 12/03/2025, omdat hij meent dat hij als geïnterneerde een psychiater had moeten zien voor zijn tucht. Klager werd op 12/03/2025 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”, een tuchtinbreuk van eerste categorie , en dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het RAD van 05/03/2025.

Drie beambten stelden op 05/03/2025 een RAD op omdat ze een doordringende geur in de verblijfsruimte van klager vaststelden. Klager onderging een onderzoek aan de kledij, waarbij hij de inhoud van zijn broekzakken aan de beambte gaf. Daarbij werden verschillende verboden substanties gevonden. De directeur nam op 05/03/2025 kennis van het RAD en besloot om een tuchtprocedure op te starten.

Aangezien klager geïnterneerd is, moet de directeur in de motivering van de tuchtbeslissing de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijke acht voor zijn daden. De directie verwijst bijgevolg naar het dagelijks functioneren van de geïnterneerde binnen de detentiecontext alsook naar de houding van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende. Om deze redenen is de klacht gegrond.