KC21/25-0017
Fondée
Compensation
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT – TELEFONIE – GEÏNTERNEERDE – TOEREKENBAARHEID – TEGEMOETKOMING
Klager dient – samen met zijn celgenoten – klacht in tegen de tuchtbeslissing, die hij en zijn celgenoten hebben gekregen. Tijdens de hoorzitting is hen niet meegedeeld dat ze niet mogen bellen tijdens ATV. Daar willen ze klacht tegen indienen aangezien dit hun fundamenteel recht is.
Hoewel klager zich in zijn schriftelijke klacht voornamelijk richt op het aspect van het niet mogen bellen tijdens zijn ATV, beslist de klachtencommissie om volledigheidshalve de gehele tuchtbeslissing te beoordelen.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien waren er twee getuigen van de feiten en werd het nagelezen door twee PBA’s. Ook geeft klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting – hoewel niet met slechte intenties – toe dat hij zijn medicatie die hij niet inneemt, niet onmiddellijk teruggeeft. De klachtencommissie besluit dan ook dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Aangezien klager geïnterneerd is, moet de directeur in de motivering elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. In het voorliggend dossier verwijst de directie in haar motivering van de tuchtbeslissing enerzijds naar de verklaringen van de tuchtzitting en anderzijds naar het dagelijks functioneren van klager. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.
Om die redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie kent aan klager volgende tegemoetkoming toe: 30 belminuten.
Ten slotte wenst de klachtencommissie het aspect omtrent het niet mogen bellen tijdens zijn ATV te verduidelijken aan klager. Zo bepaalt artikel 140, §2 vijfde lid van de Basiswet uitdrukkelijk dat het gebruik van de telefoon tijdens ATV wordt beperkt tot één telefoongesprek per week, zonder afbreuk te doen aan het recht om te telefoneren naar een advocaat. Uit de bijlage die de directie bij haar verweer heeft gevoegd, blijkt dat klager wel degelijk een telefoongesprek heeft gevoerd gedurende zijn ATV. De klachtencommissie heeft de telefoonlogs van klager bovendien kunnen inzien en zag dit bevestigd. Op dit vlak kan er daarom aan de directie geen verzuim of fout worden toegerekend.
Klager dient – samen met zijn celgenoten – klacht in tegen de tuchtbeslissing, die hij en zijn celgenoten hebben gekregen. Tijdens de hoorzitting is hen niet meegedeeld dat ze niet mogen bellen tijdens ATV. Daar willen ze klacht tegen indienen aangezien dit hun fundamenteel recht is.
Hoewel klager zich in zijn schriftelijke klacht voornamelijk richt op het aspect van het niet mogen bellen tijdens zijn ATV, beslist de klachtencommissie om volledigheidshalve de gehele tuchtbeslissing te beoordelen.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien waren er twee getuigen van de feiten en werd het nagelezen door twee PBA’s. Ook geeft klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting – hoewel niet met slechte intenties – toe dat hij zijn medicatie die hij niet inneemt, niet onmiddellijk teruggeeft. De klachtencommissie besluit dan ook dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Aangezien klager geïnterneerd is, moet de directeur in de motivering elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. In het voorliggend dossier verwijst de directie in haar motivering van de tuchtbeslissing enerzijds naar de verklaringen van de tuchtzitting en anderzijds naar het dagelijks functioneren van klager. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.
Om die redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie kent aan klager volgende tegemoetkoming toe: 30 belminuten.
Ten slotte wenst de klachtencommissie het aspect omtrent het niet mogen bellen tijdens zijn ATV te verduidelijken aan klager. Zo bepaalt artikel 140, §2 vijfde lid van de Basiswet uitdrukkelijk dat het gebruik van de telefoon tijdens ATV wordt beperkt tot één telefoongesprek per week, zonder afbreuk te doen aan het recht om te telefoneren naar een advocaat. Uit de bijlage die de directie bij haar verweer heeft gevoegd, blijkt dat klager wel degelijk een telefoongesprek heeft gevoerd gedurende zijn ATV. De klachtencommissie heeft de telefoonlogs van klager bovendien kunnen inzien en zag dit bevestigd. Op dit vlak kan er daarom aan de directie geen verzuim of fout worden toegerekend.