Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0159

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - BEWIJS

De klacht betreft een tuchtbeslissing van 27/11/2024 van de directie van de gevangenis van Merksplas.

Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 6 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling en 2) het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.

Vooreerst meent de klachtencommissie dat de kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” niet bewezen is door de directie. De klachtencommissie merkt op dat de directie geen melding maakt (noch in haar tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) van welke voorgeschreven bepalingen geschonden worden door klager.

Klager haalde volgens de klachtencommissie echter voldoende elementen aan waardoor twijfel ontstond over of klager zich al dan niet schuldig maakte aan “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. Er wordt niet bewezen dat klager geweigerd heeft om kookgerief (o.a. een conservenblik) af te geven aan de beambte. Er werd immers geen kookgerief gevonden in de cel. Het stellen van bijkomende onderzoeksdaden, zoals de beambte horen, de cel van klager controleren, … is wel nodig indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in dit geval wel degelijk verder onderzoek had moeten verrichten naar aanleiding van de argumenten die klager opwierp. Er is sprake van een schending van de zorgvuldigheidsplicht in hoofde van de directie. Om deze redenen is de klacht gegrond.