KC21/24-0149
Irrecevable
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - PERSONEEL - DERDEN
Klager beklaagt zich over het gedrag en de tussenkomsten van de chef en medegedetineerden die zich volgens klager respectloos gedragen en hem lastigvallen. Klager spreekt over uitlokkend gedrag, insinuerende leugens en het uitwerken van stress op hem. De klachtencommissie wijst erop dat de rest van de klacht niet goed leesbaar is en door de zinsconstructie ook zeer moeilijk te ontcijferen valt. Klager lijkt wel te verwijzen naar de KBM en UV’s. De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen (artikel 148 Basiswet). In de klacht dient men zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie vindt de klacht van klager zeer onduidelijk geformuleerd. Hoewel ze niet helemaal kan ontcijferen wat de bezorgdheden zijn die klager wil aankaarten, meent de klachtencommissie in elk geval dat klager zich niet beklaagt over een beslissing door of namens de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet. Klager spreekt ook over de KBM en UV’s. De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Een klacht die handelt over de KBM en de toekenning van UV’s, hetgeen handelt over de ‘externe rechtspositie’ van de gedetineerde, valt buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over het gedrag en de tussenkomsten van de chef en medegedetineerden die zich volgens klager respectloos gedragen en hem lastigvallen. Klager spreekt over uitlokkend gedrag, insinuerende leugens en het uitwerken van stress op hem. De klachtencommissie wijst erop dat de rest van de klacht niet goed leesbaar is en door de zinsconstructie ook zeer moeilijk te ontcijferen valt. Klager lijkt wel te verwijzen naar de KBM en UV’s. De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen (artikel 148 Basiswet). In de klacht dient men zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden (artikel 150 §2 Basiswet). De klachtencommissie vindt de klacht van klager zeer onduidelijk geformuleerd. Hoewel ze niet helemaal kan ontcijferen wat de bezorgdheden zijn die klager wil aankaarten, meent de klachtencommissie in elk geval dat klager zich niet beklaagt over een beslissing door of namens de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet. Klager spreekt ook over de KBM en UV’s. De klachtencommissie spreekt zich enkel uit over beslissingen genomen door de directie op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, d.w.z. over de ‘interne rechtspositie’. Een klacht die handelt over de KBM en de toekenning van UV’s, hetgeen handelt over de ‘externe rechtspositie’ van de gedetineerde, valt buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie. De klacht is niet-ontvankelijk.