Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0136

Irrecevable KC - Merksplas Commission des plaintes Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - INTERNE RECHTSPOSITIE - KLACHTENCOMMISSIE

Klager beklaagt zich over een bepaling uit het huishoudelijk reglement waarin niet voorzien is dat er een individueel detentieplan moet worden opgesteld voor geïnterneerden. Zijn klacht berust op een verkeerd begrip van de bepaling. 'Veroordeelden' wordt gehanteerd om onderscheid te maken met ‘verdachten’. Een bepaling uit het HR kan geen afbreuk doen aan hogere rechtsnormen (artikel 167, §3 Basiswet). De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over de politie. Hij beklaagt zich over een externe dienst. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager zou in 2021 niet overgebracht zijn naar de rechtbank. Hij argumenteert niet waarom hij hier nu pas klacht tegen indient. De klacht is laattijdig. Wat betreft de niet-overbrenging van 20 september 2024. De overbrenging van gedetineerden naar de rechtbank behoort tot de bevoegdheid van DAB, een dienst die onder de politie ressorteert. Klachten over de werking hiervan (of het gebrek daaraan) vallen niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager stelt dat er naast de inspecties van de CvT en de CTRG ook inspecties door de gouverneur en de burgemeester moeten plaatsvinden. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over ‘familiebezoeken’ van de cipiers die heel vernederend zijn omdat men gedetineerden komt bekijken alsof ze in een zoo zitten. Hij vermeldt geen datum waarop dergelijk vermeend bezoek zou hebben plaatsgevonden. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager stelt dat de verblijfsruimtes niet conform de door de Koning bepaalde voorwaarden zijn. Hij beklaagt zich over een aantal concrete levensomstandigheden (‘gepest’ worden met de lichtschakelaar, het niet uitvoeren van het hittebeleid, uitwerpselen en bloed aan de muur) zonder dat er daarbij sprake is van een (recente) beslissing door of namens de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager stelt dat de rekendienst de rekeninguittreksels open rondstuurt, hetgeen in strijd is met de discretieplicht. Klager maakt het volgens de klachtencommissie niet aannemelijk dat hij dit probleem reeds bij de directie aankaartte. Volgens de klachtencommissie was er op het ogenblik van indiening van de klacht dan ook geen sprake van een beslissing of verzuim in hoofde van de directie. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager stelt dat zijn post soms foutief niet aangetekend werd verzonden. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Hij geeft geen aanduiding van wanneer deze foute verzending zich zou hebben voorgedaan zodat de klachtencommissie dit niet nader kan onderzoeken. De klacht is niet-ontvankelijk.

Volgens klager werd post die vrij zou moeten zijn van controle, toch geopend. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Hij geeft immers geen aanduiding van wanneer deze opening van de post zich zou hebben voorgedaan zodat de klachtencommissie dit niet nader kan onderzoeken. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gebrek aan telefoon op cel voor geïnterneerden. Hij beklaagt zich over een gegeven dat op gelijke wijze ten aanzien van alle geïnterneerden geldt en maakt niet aannemelijk dat er met deze regeling afbreuk wordt gedaan aan zijn recht om dagelijks op zijn kosten te telefoneren met personen van buiten de gevangenis op de tijdstippen en voor de duur die bepaald wordt door het huishoudelijk reglement (artikel 64, §1 Basiswet). De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager meent dat er sprake is van discriminatie tussen de geloven omdat er geen vaste visdag op vrijdag voor de katholieken. Volgens de klachtencommissie beklaagt klager zich aldus over een (gebrek aan) algemene regeling zonder dat hij daarbij aantoont dat er sprake is van een schending van een individueel recht. Bovendien blijkt uit zijn klacht ook niet dat hij zich met deze vraag al tot de directie wendde, zodat er ook geen sprake is van een beslissing of verzuim in hoofde van de directie. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager stelt dat geïnterneerden geen toegang hebben tot bepaalde vormingsactiviteiten die ze op andere paviljoenen wel hebben. Volgens de klachtencommissie beklaagt klager zich opnieuw over een algemeen verschijnsel, zonder daarbij aan te tonen dat er sprake is van schending van een individueel recht. Klager licht op geen enkele wijze toe welke vormingsactiviteiten hem als geïnterneerde ontzegd zouden worden. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over de onmogelijkheid om examens af te leggen omdat men weigert de nodige aanpassingen te doen. Klager voegt een brief toe inzake problemen met de organisatie van digitale examens. Het gaat om een communicatie van (midden) 2022. Klager diende zijn klacht pas op 23 september 2024 in zonder op enigerlei wijze te verantwoorden waarom hij zijn klacht laattijdig indiende. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager stelt dat hij onvoldoende toegang krijgt tot de bibliotheekvoorzieningen. Hij beklaagt zich aldus over een algemene regeling zonder dat hij daarbij aantoont dat er sprake is van een schending van een individueel recht. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager formuleert een aantal klachten in verband met de gezondheidszorg. Medische beslissingen zijn de exclusieve bevoegdheid van de arts. De directie komt niet tussen in medische aangelegenheden. De klachten die klager formuleert vallen dan ook niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager hekelt het gebrekkige aanbod aan hulp- en dienstverlening. Deze bevoegdheid behoort toe aan de Vlaamse overheid. Een klacht hierover valt dan ook niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager stelt dat de toegang tot de rechtshulp en juridische bijstand gebrekkig is. Hij haalt geen geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van hem aan die heeft geleid tot een gebrekkige toegang tot rechtshulp en juridische bijstand. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager formuleert een aantal klachten over de zorg. Hij haalt geen geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van hem of weigering of verzuim om een beslissing te nemen aan. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het opleggen van onwettige BVM’s en tuchtsancties, die onder de noemer van “therapeutische maatregelen” door de arts en niet door de directie worden opgelegd. De klachtencommissie is zich ten zeerste bewust van deze praktijk en verklaarde klachten die hierover in het verleden werden ingediend steeds gegrond. Klager beklaagt zich echter op algemene wijze over dit systeem en maakt daarbij niet aannemelijk dat er ten aanzien van hem dergelijke therapeutische maatregel werd genomen, zodat hij zich niet beklaagt over een beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gebruik van dwang. Dit leidde in februari nog tot het overlijden van een gedetineerde. Klager kan zich enkel beklagen over een situatie die hem persoonlijk aanbelangt. Klager maakt niet aannemelijk dat er ten aanzien van hem al op onrechtmatige wijze dwang werd gebruikt, zodat hij zich niet beklaagt over een beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij tijdens twee tuchtsancties in het verleden maar één keer door de directeur gezien zou zijn (schending artikel 141 Basiswet). Klager laat echter na te specificeren wanneer dit verzuim zich voordeed. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager formuleert een aantal klachten in verband met het beklagrecht. Hij haalt daarbij geen geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van hem of weigering of verzuim om een beslissing te nemen aan. De klacht is niet-ontvankelijk.