KC21/24-0103
Irrecevable
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - MEDISCH
Klager beklaagt zich over het gebrek aan organisatie van vervoer naar een doktersafspraak.
De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager allerminst duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager spreekt allereerst over personeelstekort en stakingen ten gevolge waarvan het vervoer niet georganiseerd werd. Hij vermeldt daarbij geen data waarop deze problemen zich voordeden. De klachtencommissie wijst er op dat medische consultaties worden begeleid door de DAB, een dienst die onder de Federale Politie ressorteert. Problemen die zich situeren op het niveau van de DAB maken dan ook geen beslissing of verzuim in hoofde van de directeur uit, zodat de klacht in dat geval niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht valt.
Zelfs indien aanvaard wordt dat de directie een zekere rol te spelen heeft in het organiseren van het vervoer (door bijvoorbeeld een concrete uithaling in te plannen of door een aanvraag over te maken), stelt de klachtencommissie in het voorliggend dossier vast dat klager naliet om de directie (al dan niet middels zijn advocaat) de concrete uitnodiging voor de hoortest voor te leggen, terwijl hij hiertoe duidelijke instructie kreeg.
Klager lijkt dan ook op eigen houtje gehandeld te hebben wanneer hij (telkens opnieuw) een nieuwe consultatie inplande. Klager maakt het niet aannemelijk dat de directie op de hoogte was van deze afspraken. De directie kon dan ook niet het nodige ondernemen met het oog op het regelen van het vervoer. Dat klager daardoor een aanzienlijk openstaand bedrag ten gevolge van gemiste afspraken bij elkaar sprokkelde, is volgens de klachtencommissie dan ook niet aan de directie te wijten. Er lag immers geen beslissing of verzuim van de directie ten grondslag aan het missen van de afspraken.
De klachtencommissie merkt tot slot op dat zij op basis van het schrijven van klager vermoedt dat de klacht laattijdig werd ingediend. Klager verwijst naar een telefoongesprek met de secretaresse van de wetsdokter dat 7 dagen voor het indienen van de klacht plaatsvond. Hierin werd hem meegedeeld dat hij een openstaand bedrag moest voldoen. Hetgeen waar klager zich over beklaagt, namelijk het vermeende niet-regelen van het vervoer (op door klager niet nader omschreven data), gaat hier echter nog aan vooraf. Klager stelt dat het probleem aansleept sinds 18 november 2022. Volgens de klachtencommissie werd de klacht dan ook laattijdig ingediend.
Om al deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht niet-ontvankelijk is.
Klager beklaagt zich over het gebrek aan organisatie van vervoer naar een doktersafspraak.
De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager allerminst duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager spreekt allereerst over personeelstekort en stakingen ten gevolge waarvan het vervoer niet georganiseerd werd. Hij vermeldt daarbij geen data waarop deze problemen zich voordeden. De klachtencommissie wijst er op dat medische consultaties worden begeleid door de DAB, een dienst die onder de Federale Politie ressorteert. Problemen die zich situeren op het niveau van de DAB maken dan ook geen beslissing of verzuim in hoofde van de directeur uit, zodat de klacht in dat geval niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht valt.
Zelfs indien aanvaard wordt dat de directie een zekere rol te spelen heeft in het organiseren van het vervoer (door bijvoorbeeld een concrete uithaling in te plannen of door een aanvraag over te maken), stelt de klachtencommissie in het voorliggend dossier vast dat klager naliet om de directie (al dan niet middels zijn advocaat) de concrete uitnodiging voor de hoortest voor te leggen, terwijl hij hiertoe duidelijke instructie kreeg.
Klager lijkt dan ook op eigen houtje gehandeld te hebben wanneer hij (telkens opnieuw) een nieuwe consultatie inplande. Klager maakt het niet aannemelijk dat de directie op de hoogte was van deze afspraken. De directie kon dan ook niet het nodige ondernemen met het oog op het regelen van het vervoer. Dat klager daardoor een aanzienlijk openstaand bedrag ten gevolge van gemiste afspraken bij elkaar sprokkelde, is volgens de klachtencommissie dan ook niet aan de directie te wijten. Er lag immers geen beslissing of verzuim van de directie ten grondslag aan het missen van de afspraken.
De klachtencommissie merkt tot slot op dat zij op basis van het schrijven van klager vermoedt dat de klacht laattijdig werd ingediend. Klager verwijst naar een telefoongesprek met de secretaresse van de wetsdokter dat 7 dagen voor het indienen van de klacht plaatsvond. Hierin werd hem meegedeeld dat hij een openstaand bedrag moest voldoen. Hetgeen waar klager zich over beklaagt, namelijk het vermeende niet-regelen van het vervoer (op door klager niet nader omschreven data), gaat hier echter nog aan vooraf. Klager stelt dat het probleem aansleept sinds 18 november 2022. Volgens de klachtencommissie werd de klacht dan ook laattijdig ingediend.
Om al deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht niet-ontvankelijk is.