Ga verder naar de inhoud

KC21/24-0100

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK

Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (klager bracht slagen toe aan een medegedetineerde) bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet).
De klachtencommissie acht deze kwalificatie niet correct. Ze herkwalificeert de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet).

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg een sanctie van 5 dagen ATV. Ook na de nodige herkwalificatie (zie vorig punt) acht de klachtencommissie deze sanctie wettelijk en redelijk.

De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing gedeeltelijk (aankruising en aanhef van de motivering) voor wat betreft de kwalificatie van de feiten als een inbreuk van artikel 129, 2° Basiswet. Ze stelt haar beslissing op dit punt in de plaats (artikel 158, §3, 2° Basiswet) en kwalificeert de feiten als een inbreuk van artikel 129, 1° Basiswet. De tuchtbeslissing blijft aldus overeind voor wat betreft de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie.