KC21/24-0040
Non fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG
De directeur oordeelt over de geschiktheid van de gedetineerde voor diens tewerkstelling op een bepaalde werkplaats. Indien de directeur een gedetineerde wil ontslaan, moet hij de dienstnota ‘Arbeid – Tucht -Veiligheidsmaatregel’ van de Directie Juridische Dienst van 18.06.2015 in acht nemen. Deze dienstnota bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. De directeur kan een gedetineerde onder andere ontslaan, wanneer hij hem niet langer geschikt acht voor de arbeidspost.
De directie motiveert waarom klager volgens haar niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten door te verwijzen naar drie RAD’s inzake ‘werkweigering’. Hieruit blijkt dat klager tot driemaal toe niet op tijd klaarstond voor de werkbeweging. In zijn klacht poogt klager de drie RAD’s te weerleggen. Volgens de klachtencommissie brengt hij daarbij geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de RAD’s. De klachtencommissie vindt het met name opmerkelijk dat, indien de RAD’s niet zouden kloppen, klager geen klacht indiende tegen de tuchtbeslissing die hij naar aanleiding van één ervan opliep. De elementen uit de motivering stellen klager in staat de redenen van zijn ontslag te begrijpen. De klachtencommissie acht het ontslag wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De directeur oordeelt over de geschiktheid van de gedetineerde voor diens tewerkstelling op een bepaalde werkplaats. Indien de directeur een gedetineerde wil ontslaan, moet hij de dienstnota ‘Arbeid – Tucht -Veiligheidsmaatregel’ van de Directie Juridische Dienst van 18.06.2015 in acht nemen. Deze dienstnota bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. De directeur kan een gedetineerde onder andere ontslaan, wanneer hij hem niet langer geschikt acht voor de arbeidspost.
De directie motiveert waarom klager volgens haar niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten door te verwijzen naar drie RAD’s inzake ‘werkweigering’. Hieruit blijkt dat klager tot driemaal toe niet op tijd klaarstond voor de werkbeweging. In zijn klacht poogt klager de drie RAD’s te weerleggen. Volgens de klachtencommissie brengt hij daarbij geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de RAD’s. De klachtencommissie vindt het met name opmerkelijk dat, indien de RAD’s niet zouden kloppen, klager geen klacht indiende tegen de tuchtbeslissing die hij naar aanleiding van één ervan opliep. De elementen uit de motivering stellen klager in staat de redenen van zijn ontslag te begrijpen. De klachtencommissie acht het ontslag wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.