Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0183

Non fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

Klager betwist in zijn klacht dat hij verbaal agressief zou zijn geweest. De klachtencommissie stelt vast dat klager niet gesanctioneerd werd voor verbale agressie of bedreigingen, doch enkel voor het verstoren van de orde (roepen en tieren) en het negeren van de bevelen van de PBA (niet binnen nemen van de emmer, weigeren achteruit te gaan). Hij werd dus enkel gesanctioneerd voor feiten die hij zelf ook ter tuchtzitting toegaf. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie deze feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten. De directie wijst erop hoe klager eist dat men hem een emmer komt brengen op een ander tijdstip. Klager probeerde eerst met praten te bekomen wat hij wilde. Toen dit niet lukte, ging hij over tot het verheffen van zijn stem. De klachtencommissie stelt op basis van het schriftelijk dossier vast dat de gedragingen van klager te kaderen zijn in het gegeven dat hij zijn zin niet kreeg. Hij ging daarbij methodisch te werk. De directie schrijft het laatste deel van de uitleg enkel toe aan de verklaring van klager ter tuchtzitting. De klachtencommissie wenst aan te stippen dat dit nochtans óók al bleek uit het RAD. De klachtencommissie meent dat de motivering correcter zou zijn geweest indien de directie expliciet verwezen zou hebben naar hetgeen in het RAD werd opgenomen, met name: “Betrokkene bleef weigeren om zijn emmer binnen te nemen en eisen dat we deze terug zouden brengen op een moment van zijn keuze.” De klachtencommissie meent dat bovenstaande opmerkingen in het voorliggend dossier geen aanleiding dienen te geven tot de nietigheid van de beslissing. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.

Klager pleegde één inbreuk van de eerste en één inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 7 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.