Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0173

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

Het RAD beschrijft de vondst van een USB-stick verstopt in een hulzenvulmachine ter gelegenheid van een celcontrole. Klager erkent de feiten ter tuchtzitting. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De klachtencommissie stelt vast dat gelijkaardige feiten door een ander directielid in een andere tuchtbeslissing ten aanzien van klager (KC21/23-0172) op een andere manier gekwalificeerd werden, namelijk als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Dit betreft een inbreuk van de tweede categorie. In het voorliggend dossier kwalificeerde de directie de feiten als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet), een inbreuk van de eerste categorie. In het geval van het aantreffen van een USB-stick zijn beide kwalificaties technisch gezien mogelijk. De klachtencommissie meent echter dat in het voorliggend dossier de kwalificatie als een inbreuk op het huishoudelijk reglement meer aangewezen is. Uit het verslag van de tuchtzitting blijkt immers niet dat de directie twijfelt aan de verklaring van klager dat hij de USB-stick gebruikt om muziek te luisteren. Hij gebruikt de USB-stick dan ook niet om te ‘communiceren met de buitenwereld’. Het betreft enkel het bezit van een verboden voorwerp zoals bepaald in het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie herkwalificeert de inbreuk als zodanig.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de vaststellingen in het RAD en meer bepaald de manier waarop de USB-stick doelbewust door klager verstopt werd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie, door te verwijzen naar de wijze van het verbergen zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.

Klager kreeg een sanctie van 8 dagen ATV voor een inbreuk van de eerste categorie. Zoals hierboven toegelicht meent de klachtencommissie dat de inbreuk gekwalificeerd dient te worden als een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van 15 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de sanctie van 8 dagen ATV ook na herkwalificatie wettelijk en redelijk.

De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de kwalificatie. De klachtencommissie bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt. De feiten worden gekwalificeerd als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De uitgesproken en reeds doorlopen tuchtsanctie van 8 dagen ATV blijft overeind.