Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0167

Irrecevable KC - Merksplas Commission des plaintes Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KLACHTENPROCEDURE

Klager grijpt een antwoord van het inrichtingshoofd op een rapportbriefje, waarin deze hem verwijst naar de paviljoensdirecteur, aan om opnieuw klacht in te dienen inzake geluidshinder. Hij verwijst in zijn klacht naar drie oude klachtendossiers en haalt een schijnbaar nieuw argument aan, namelijk “zorg op maat” (en aldus het verzuim van de directie om dit recht te garanderen).

Het antwoord van het inrichtingshoofd op het rapportbriefje van klager is an sich geen verzuim om een beslissing te nemen. Klager werd louter doorverwezen naar een andere (bevoegde) persoon. Dat klager het niet eens is met die doorverwijzing (op basis van eerdere ervaringen), doet daaraan geen afbreuk.

Er zijn géén aanwijzingen in zijn klacht dat klager, zoals geïnstrueerd door het inrichtingshoofd, het probleem (opnieuw) aankaartte bij de paviljoensdirecteur, waarbij die een bepaalde weigeringsbeslissing nam dan wel verzuimde om een beslissing te nemen. Klager verwijst in zijn klacht enkel naar de oude klachtendossiers (daterend van medio 2023) waaruit volgens hem blijkt dat hij zich al voldoende tot de paviljoensdirecteur wendde.

De klachtencommissie meent dat het eigenlijke voorwerp van de klacht van klager, namelijk ‘geluidshinder’ (in zijn vorige klachtendossiers beperkt tot lawaaihinder/verstoring van zijn nachtrust, in zijn klacht benoemd als ‘gekoeioneer en foltering met geluid’ en ter zitting van de klachtencommissie aanzienlijk (en het voorwerp van de aanvankelijk ingediende klacht overstijgend) uitgebreid tot zowat alle geluiden van medegedetineerden en ook lichtprikkels) reeds werd behandeld in de drie geciteerde klachtendossiers. Er hebben zich géén nieuwe ontwikkelingen (beslissingen of verzuim om een beslissing te nemen) voorgedaan.

Klager maakt niet aannemelijk dat hij zijn probleem (opnieuw) aankaartte bij de paviljoensdirecteur. Klager klaagt in wezen dan ook over dezelfde vermeende verzuimen als waar hij destijds de drie klachten voor indiende. Dat klager nieuwe rechtsgronden aanhaalt die volgens hem door deze vermeende verzuimen zouden zijn geschonden, maakt niet dat deze vermeende verzuimen een nieuw leven zou kunnen ingeblazen worden. De klachtencommissie sprak zich er reeds over uit.

Op het ogenblik van de indiening van de klacht was er tegen elk van de drie klachtendossiers waar klager naar verwijst nog een beroepsprocedure lopende.

De klacht is niet-ontvankelijk.