Ga verder naar de inhoud

KC21/23-0141

Non fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS

De klachtencommissie meent dat klager geen geloofwaardige tegenindicaties aanvoerde die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De redenering die de directie in de motivering van de tuchtbeslissing opbouwde om de sigaretten met verdachte geur aan klager toe te schrijven gaat volgens de klachtencommissie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten.

Ter tuchtzitting erkende klager dat de interactie over de pot tabak heeft plaatsgevonden. Hij houdt echter vol dat hij niet wist dat deze pot tabak niet mocht worden doorgegeven. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD en de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde één inbreuk van de eerste en één inbreuk van de tweede categorie. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken (artikel 143 §2 Basiswet). Klager kreeg 15 dagen ATV voor beide inbreuken. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.