KC21/22-0108
Fondée
Irrecevable
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen. Met beslissing wordt gelijkgesteld: het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen binnen een wettelijke termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn. Het verzuim om een beslissing te nemen in hoofde van de beroepscommissie valt niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht, nu het niet over een verzuim aan beslissing vanwege de directeur handelt.
De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De directie verwijst in haar motivering enkel naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting (“Betrokkene is geïnterneerd, alsnog bracht hij een samenhangend verhaal over de feiten en bracht hij beweegredenen naar voor als reden voor zijn gedrag. Zijn verweer tijdens de tuchtprocedure is zodus helder en coherent en hij legt uit waarom hij de feiten heeft gepleegd.”) enerzijds en het ‘dagelijks gedrag’ (“Zijn dagelijks gedrag toont aan dat hij zich bewust is van zijn daden”) anderzijds, zonder concrete verwijzing naar zijn toestand op het ogenblik van de feiten. De directie motiveert hierdoor niet afdoende waarom ze klager in het voorliggend dossier verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt een extra telefoonmoment als tegemoetkoming.
De klachtencommissie herhaalt haar standpunt dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, met name de vraag of de persoon op het moment van de feiten over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen, een zeer moeilijke beoordeling is die volgens haar niet op adequate wijze door de directie kan gebeuren, nu er ontegensprekelijk een medische component mee gemoeid is. Artikel 144 §1 in fine Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. In het voorliggend dossier impliceerde deze verplichting volgens de klachtencommissie dat de directie zich een advies van de arts inzake de toerekenbaarheid moest laten bezorgen.
De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen. Met beslissing wordt gelijkgesteld: het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen binnen een wettelijke termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn. Het verzuim om een beslissing te nemen in hoofde van de beroepscommissie valt niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht, nu het niet over een verzuim aan beslissing vanwege de directeur handelt.
De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De directie verwijst in haar motivering enkel naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting (“Betrokkene is geïnterneerd, alsnog bracht hij een samenhangend verhaal over de feiten en bracht hij beweegredenen naar voor als reden voor zijn gedrag. Zijn verweer tijdens de tuchtprocedure is zodus helder en coherent en hij legt uit waarom hij de feiten heeft gepleegd.”) enerzijds en het ‘dagelijks gedrag’ (“Zijn dagelijks gedrag toont aan dat hij zich bewust is van zijn daden”) anderzijds, zonder concrete verwijzing naar zijn toestand op het ogenblik van de feiten. De directie motiveert hierdoor niet afdoende waarom ze klager in het voorliggend dossier verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt een extra telefoonmoment als tegemoetkoming.
De klachtencommissie herhaalt haar standpunt dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, met name de vraag of de persoon op het moment van de feiten over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen, een zeer moeilijke beoordeling is die volgens haar niet op adequate wijze door de directie kan gebeuren, nu er ontegensprekelijk een medische component mee gemoeid is. Artikel 144 §1 in fine Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. In het voorliggend dossier impliceerde deze verplichting volgens de klachtencommissie dat de directie zich een advies van de arts inzake de toerekenbaarheid moest laten bezorgen.