KC21/22-0083
Fondée
Irrecevable
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TERMIJN
De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De directie verwijst in haar motivering naar de coherente en overwogen toelichting tijdens de hoorzitting. De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich hierdoor beperkt heeft tot het beschrijven van de toestand van klager op het moment van de tuchtzitting. Ze spreekt zich hiermee niet uit over zijn toestand op het ogenblik van de feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. Bovendien kan deze beoordeling volgens de klachtencommissie sowieso niet op adequate wijze door de directie gebeuren. In geval van een tuchtprocedure ten aanzien van een geïnterneerde dient de beoordeling omtrent de toestand van de geïnterneerde op het moment van het plegen van de feiten noodzakelijkerwijs door een psychiater te gebeuren. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager werd door de klachtencommissie aangeschreven in verband met een eventuele compensatie. Rekening houdend met zijn reactie op dit schrijven (waarin hij geen enkel voorstel hieromtrent doet) besluit de klachtencommissie géén compensatie toe te kennen.
Klager dient daarnaast klacht in tegen eerdere tuchtbeslissingen. De klachtencommissie ziet in het dossier geen elementen die er op wijzen dat de klager zo snel als mogelijk heeft getracht klacht in te dienen tegen deze eerdere tuchtbeslissingen (waarvan hij ook geen precieze datum vermeldt) en ziet dus geen reden om de termijn van zeven dagen soepel te interpreteren zoals voorzien wordt in artikel 150 §2 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. De directie verwijst in haar motivering naar de coherente en overwogen toelichting tijdens de hoorzitting. De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich hierdoor beperkt heeft tot het beschrijven van de toestand van klager op het moment van de tuchtzitting. Ze spreekt zich hiermee niet uit over zijn toestand op het ogenblik van de feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. Bovendien kan deze beoordeling volgens de klachtencommissie sowieso niet op adequate wijze door de directie gebeuren. In geval van een tuchtprocedure ten aanzien van een geïnterneerde dient de beoordeling omtrent de toestand van de geïnterneerde op het moment van het plegen van de feiten noodzakelijkerwijs door een psychiater te gebeuren. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager werd door de klachtencommissie aangeschreven in verband met een eventuele compensatie. Rekening houdend met zijn reactie op dit schrijven (waarin hij geen enkel voorstel hieromtrent doet) besluit de klachtencommissie géén compensatie toe te kennen.
Klager dient daarnaast klacht in tegen eerdere tuchtbeslissingen. De klachtencommissie ziet in het dossier geen elementen die er op wijzen dat de klager zo snel als mogelijk heeft getracht klacht in te dienen tegen deze eerdere tuchtbeslissingen (waarvan hij ook geen precieze datum vermeldt) en ziet dus geen reden om de termijn van zeven dagen soepel te interpreteren zoals voorzien wordt in artikel 150 §2 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.