Ga verder naar de inhoud

KC21/22-0057

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - MOTIVERING - SANCTIE

Gelet op het feit dat het personeelslid de feiten van zeer kortbij heeft ervaren en ze zeer uitvoerig heeft omschreven in het RAD, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directie voortging op deze materiële vaststellingen. Klager voert volgens de klachtencommissie geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de materiële vaststellingen in het RAD kwalificeerde als zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) en de opzettelijke aantasting van de orde (artikel 129, 5° Basiswet), en deze inbreuken aan klager toerekende. De motivering van de inbreuken voldoet aan de vereisten van artikel 8 Basiswet. Klager kreeg een sanctie van 10 dagen ATV (+ 4 dagen voorwaardelijk die in uitvoer kwamen). Het opleggen van deze sanctie wordt op geen enkele wijze gemotiveerd. De beslissing is daardoor in strijd met artikel 144 §7 Basiswet, waarin gesteld wordt dat de gedetineerde schriftelijk in kennis wordt gesteld van de beweegredenen waarop de tuchtbeslissing steunt, in het bijzonder de motieven die de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.