Ga verder naar de inhoud

KC21/22-0026

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - MOTIVERING - KWALIFICATIE INBREUK - TOEREKENBAARHEID

Het feit dat er géén tuchtsanctie werd opgelegd, neemt niet weg dat er ten aanzien van klager een tuchtbeslissing werd genomen, waarbij klager (vermoedelijk, zie hierna) schuldig wordt geacht aan bepaalde feiten en waarbij deze feiten aan hem worden toegerekend. De tuchtbeslissing is volgens de Klachtencommissie dubbelzinnig opgesteld inzake het bewezen zijn van de feiten. Enerzijds wordt de inbreuk van de wederrechtelijke ontvreemding van goederen aangekruist en zegt de directie dat ze klager gewaarschuwd heeft om géén zaken mee te nemen. Hieruit zou men kunnen besluiten dat de directie de feiten bewezen acht. Anderzijds haalt de directie aan dat klager niet op heterdaad betrapt werd (hoewel zoiets ook niet vereist is voor het bewijs van bepaalde feiten), waarmee ze lijkt aan te geven dat ze niet zeker is dat klager de inbreuk gepleegd heeft. Twijfel dient steeds in het voordeel van klager te spelen. De tuchtbeslissing is dan ook intern tegenstrijdig en niet afdoende gemotiveerd in het licht van artikel 144 §6, tweede lid j° artikel 8 van de Basiswet. Aangezien klager geïnterneerd is diende de directie, indien ze de feiten bewezen achtte (hetgeen onduidelijk is, maar dus niet geheel uitgesloten kan worden) ook een toets inzake de toerekenbaarheid uit te voeren. Ook dit werd in casu niet gedaan waardoor de motivering ook op dit punt niet voldoet aan de vereisten van artikel 144 §6, tweede lid j° artikel 8 van de Basiswet, in samenhang gelezen met de instructies van DG EPI van 26 april 2021. Klager kaart dit punt zelf ook aan in zijn klacht. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.