Ga verder naar de inhoud

KC21/22-0001

Fondée KC - Merksplas Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - GETUIGE - RECHT OP TEGENSPRAAK

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuken gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD van 26 december 2021, de verklaringen van klager en zijn advocate ter tuchtrechtelijke hoorzitting van 31 december 2021 én, blijkens de motivering van de tuchtbeslissing, op de mondelinge navraag bij het personeelslid dat het RAD opstelde. Dit laatste aspect wordt nog eens herhaald in het verweer tegen de klacht en ter zitting van de Klachtencommissie. Teneinde het recht op tegenspraak te garanderen dient het horen van de opsteller van het tuchtrapport of bepaalde getuigen steeds te gebeuren in aanwezigheid van de gedetineerde (artikel 144 §5, vijfde lid van de Basiswet). In casu werd de opsteller van het RAD gehoord buiten de aanwezigheid van klager om. De directie heeft daardoor bij het nemen van haar tuchtbeslissing gehandeld in strijd met artikel 144 §5, vijfde lid van de Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.