KC21/21-0090
Non fondée
Fondée
KC - Merksplas
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - MOTIVERING
De in het RAD van 28 oktober 2021 beschreven feiten zijn van die strekking dat ze inderdaad gekwalificeerd kunnen worden als een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, nu het om een wederzijds gevecht tussen twee celgenoten ging, waarbij het logisch is dat deze personen (minstens tijdelijk) uit elkaar worden gehaald om de situatie te de-escaleren. Het is dan ook logisch dat er een voorlopige maatregel werd opgelegd. De klacht is ongegrond.
De Klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten die beschreven werden in het RAD door de directeur werden gekwalificeerd als zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° van de Basiswet). Het RAD vermeldt duidelijk “…dat ze allebei op de grond liggen in een vechtpartij”. De formulering “Uit het RAD blijkt dat een discussie tussen beide kamergenoten fysiek uit de hand liep. Betrokkene beaamt dit ook (…)” vindt onvoldoende ondersteuning in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De formulering uit de motivering schept de verkeerde indruk dat klager de interpretatie die de directie aan de feiten geeft mondeling zou hebben bevestigd. De directie legt klager hiermee woorden in de mond die hij niet gezegd heeft. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing van 29 oktober 2021 wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de motivering. De Klachtencommissie draagt de directeur op om binnen een termijn van 7 dagen volgend op de kennisname van deze beslissing een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak.
De in het RAD van 28 oktober 2021 beschreven feiten zijn van die strekking dat ze inderdaad gekwalificeerd kunnen worden als een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, nu het om een wederzijds gevecht tussen twee celgenoten ging, waarbij het logisch is dat deze personen (minstens tijdelijk) uit elkaar worden gehaald om de situatie te de-escaleren. Het is dan ook logisch dat er een voorlopige maatregel werd opgelegd. De klacht is ongegrond.
De Klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten die beschreven werden in het RAD door de directeur werden gekwalificeerd als zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° van de Basiswet). Het RAD vermeldt duidelijk “…dat ze allebei op de grond liggen in een vechtpartij”. De formulering “Uit het RAD blijkt dat een discussie tussen beide kamergenoten fysiek uit de hand liep. Betrokkene beaamt dit ook (…)” vindt onvoldoende ondersteuning in het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De formulering uit de motivering schept de verkeerde indruk dat klager de interpretatie die de directie aan de feiten geeft mondeling zou hebben bevestigd. De directie legt klager hiermee woorden in de mond die hij niet gezegd heeft. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing van 29 oktober 2021 wordt gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de motivering. De Klachtencommissie draagt de directeur op om binnen een termijn van 7 dagen volgend op de kennisname van deze beslissing een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak.