TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - SANCTIE
De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting erkent klager dat hij de usb-stick in de douche vond en hem uittestte in de tv. De usb-stick werkte niet maar klager vergat hem er weer uit te nemen. Klager vroeg de directie er rekening mee te houden dat dit de eerste keer was en dat het de komende dagen warm zou worden. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet). Hoewel het bezit van een usb-stick theoretisch gezien deze kwalificatie kan krijgen, is er in het voorliggend dossier geen enkel element dat erop wijst dat klager de usb-stick gebruikt heeft om op onregelmatige wijze met de buitenwereld te communiceren. De klachtencommissie meent dan ook dat dit tuchtfeit in het voorliggend dossier gekwalificeerd moet worden als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De directie verwijst in haar verweer en de motivering van de tuchtbeslissing immers terecht naar de bepaling in het huishoudelijk reglement waaruit blijkt dat het in het bezit zijn van digitale informatiedragers niet toegelaten is in de gevangenis. De klachtencommissie vernietigt de kwalificatie van het tuchtfeit als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) en wijzigt dit naar het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 15 dagen ATV. Na herkwalificatie is er slechts sprake van een inbreuk van de tweede categorie. Hiervoor is de maximumsanctie 15 dagen ATV (artikel 132, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de opgelegde sanctie van 15 dagen ATV ook in dat geval wettelijk en, gelet op het gegeven dat klager zijn tuchtregister, in tegenstelling tot wat hij aanvoert niet blanco is, aangezien hij tijdens zijn huidige detentie al tweemaal een voorwaardelijke sanctie opliep, redelijk. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing gedeeltelijk voor wat betreft de kwalificatie als een inbreuk van artikel 129, 9° Basiswet en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt (herkwalificatie naar een inbreuk van artikel 130, 2° Basiswet). De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de opgelegde sanctie.
De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting erkent klager dat hij de usb-stick in de douche vond en hem uittestte in de tv. De usb-stick werkte niet maar klager vergat hem er weer uit te nemen. Klager vroeg de directie er rekening mee te houden dat dit de eerste keer was en dat het de komende dagen warm zou worden. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet). Hoewel het bezit van een usb-stick theoretisch gezien deze kwalificatie kan krijgen, is er in het voorliggend dossier geen enkel element dat erop wijst dat klager de usb-stick gebruikt heeft om op onregelmatige wijze met de buitenwereld te communiceren. De klachtencommissie meent dan ook dat dit tuchtfeit in het voorliggend dossier gekwalificeerd moet worden als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De directie verwijst in haar verweer en de motivering van de tuchtbeslissing immers terecht naar de bepaling in het huishoudelijk reglement waaruit blijkt dat het in het bezit zijn van digitale informatiedragers niet toegelaten is in de gevangenis. De klachtencommissie vernietigt de kwalificatie van het tuchtfeit als het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet) en wijzigt dit naar het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 15 dagen ATV. Na herkwalificatie is er slechts sprake van een inbreuk van de tweede categorie. Hiervoor is de maximumsanctie 15 dagen ATV (artikel 132, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de opgelegde sanctie van 15 dagen ATV ook in dat geval wettelijk en, gelet op het gegeven dat klager zijn tuchtregister, in tegenstelling tot wat hij aanvoert niet blanco is, aangezien hij tijdens zijn huidige detentie al tweemaal een voorwaardelijke sanctie opliep, redelijk. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing gedeeltelijk voor wat betreft de kwalificatie als een inbreuk van artikel 129, 9° Basiswet en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt (herkwalificatie naar een inbreuk van artikel 130, 2° Basiswet). De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de opgelegde sanctie.