Ga verder naar de inhoud

KC20/26-0029

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Mesure provisoire Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIES

Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam en een voorlopige maatregel naar aanleiding van het bezit van verboden substanties.

- m.b.t. de fouillering op het lichaam

Tijdens de wandeling werd vastgesteld dat een medegedetineerde aan klager een klein object overhandigde, dat klager vervolgens in zijn jaszak stak. De substantie werd verkruimeld, waardoor de directie vermoedde dat het om een verboden substantie ging. Op basis van deze vaststellingen meent de klachtencommissie dat er voldoende individuele aanwijzingen bestonden om te vermoeden dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om verboden voorwerpen of substanties effectief te vinden, aangezien niet kan worden uitgesloten dat deze, gelet op hun beperkte omvang, worden verborgen op lichaamsplaatsen die niet via een onderzoek aan de kledij kunnen worden gecontroleerd. De klacht is ongegrond.

- m.b.t. de voorlopige maatregel

Uit de motivering van de voorlopige maatregel en het RAD blijkt duidelijk dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast. Het bezit van verboden substanties verstoort met name de orde en veiligheid in de gevangenis, waardoor dit niet kan worden getolereerd. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Gelet op het risico dat verboden substanties met zich meebrengen in de gevangenis, was de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel ook niet onredelijk of onbillijk. De beslissing werd voldoende gemotiveerd. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. De klacht is ongegrond.