KC20/25-0013
Non fondée
Irrecevable
KC - Mechelen
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De eerste klacht gaat over de beslissing van 05/02/2025 van de directie van de gevangenis van Mechelen tot het opleggen van een voorlopige maatregel. De tweede klacht gaat over de tuchtbeslissing van 06/02/2025 van de directie van de gevangenis van Mechelen. De derde klacht gaat over een kapotte jas.
Over de voorlopige maatregel:
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat er gevaar was voor de orde of de veiligheid. Klager werd op 05/02/2025 om 7u00 uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en de zes rapporten aan de directeur blijkt duidelijk dat klager door zijn gedrag een gevaar veroorzaakte voor de orde en de veiligheid. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de tuchtbeslissing:
Klager werd op 06/02/2025 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de dreiging daarmee” (een tuchtinbreuk van eerste categorie ), wegens “de opzettelijke aantasting van de orde” (een tuchtinbreuk van de eerste categorie ), en wegens “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” (een tuchtinbreuk van de tweede categorie ), en dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in de vijf rapporten aan de directeur van 05/02/2025 en in het RAD van 06/02/2025.
In de toelichting op zijn klachtenformulier beschrijft klager enkel de omstandigheden waarin zijn jas zou zijn kapot gegaan, maar niet waarom hij niet akkoord is met de tuchtbeslissing. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat klager reeds eerder tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd voor gelijkaardige feiten, namelijk verbale en fysieke agressie ten opzichte van het personeel en het beledigen en het bedreigen van het personeel. Ook blijkt uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting dat klager zelf stelt dat hij agressief is. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de kapotte jas:
Klager diende op 06/02/2025 een klacht in tegen het feit dat zijn jas gescheurd zou zijn door het toedoen van een PBA. De feiten worden omschreven in het RAD van 05/02/2025. Het opstellen van een RAD is echter geen beslissing van de directeur, maar van een personeelslid. De klacht is bijgevolg kennelijk niet ontvankelijk.
De eerste klacht gaat over de beslissing van 05/02/2025 van de directie van de gevangenis van Mechelen tot het opleggen van een voorlopige maatregel. De tweede klacht gaat over de tuchtbeslissing van 06/02/2025 van de directie van de gevangenis van Mechelen. De derde klacht gaat over een kapotte jas.
Over de voorlopige maatregel:
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat er gevaar was voor de orde of de veiligheid. Klager werd op 05/02/2025 om 7u00 uitgesloten van deelname aan alle activiteiten. Uit de motivering van de voorlopige maatregel en de zes rapporten aan de directeur blijkt duidelijk dat klager door zijn gedrag een gevaar veroorzaakte voor de orde en de veiligheid. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel wettig was. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de tuchtbeslissing:
Klager werd op 06/02/2025 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de dreiging daarmee” (een tuchtinbreuk van eerste categorie ), wegens “de opzettelijke aantasting van de orde” (een tuchtinbreuk van de eerste categorie ), en wegens “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” (een tuchtinbreuk van de tweede categorie ), en dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in de vijf rapporten aan de directeur van 05/02/2025 en in het RAD van 06/02/2025.
In de toelichting op zijn klachtenformulier beschrijft klager enkel de omstandigheden waarin zijn jas zou zijn kapot gegaan, maar niet waarom hij niet akkoord is met de tuchtbeslissing. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat klager reeds eerder tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd voor gelijkaardige feiten, namelijk verbale en fysieke agressie ten opzichte van het personeel en het beledigen en het bedreigen van het personeel. Ook blijkt uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting dat klager zelf stelt dat hij agressief is. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de kapotte jas:
Klager diende op 06/02/2025 een klacht in tegen het feit dat zijn jas gescheurd zou zijn door het toedoen van een PBA. De feiten worden omschreven in het RAD van 05/02/2025. Het opstellen van een RAD is echter geen beslissing van de directeur, maar van een personeelslid. De klacht is bijgevolg kennelijk niet ontvankelijk.