Ga verder naar de inhoud

KC20/24-0134

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De klacht betreft de tuchtbeslissing van 12/12/2024 van de directie van de gevangenis van Mechelen.

Klager werd op 12/12/2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens “de opzettelijke aantasting van de orde” (tuchtinbreuk van de eerste categorie ), “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” (tweede categorie), “het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden” (tweede categorie) en “het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort” (tweede categorie) , en dit naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in het RAD van 08/12/2024.

De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Daarnaast stelt de klachtencommissie vast dat er twee personeelsleden getuige waren van de feiten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV. Voor de samenloop van tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste en de tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.