TUCHT
Klager werd gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een inbreuk van tweede categorie. De directeur was van oordeel dat iedere gedetineerde verantwoordelijk is voor de inhoud van zijn cel. Beschadigingen van het materiaal van de gevangenis kunnen niet door de beugel volgens de directie en dienen dus bestraft te worden. De tuchtbeslissing werd gebaseerd op een rapport aan de directeur (RAD). Tijdens een periodieke celcontrole werd op de cel van klager een vernielde plateau gevonden. De plateau was versmolten met een blauwe substantie en er was een deels verbrande handdoek en ijzerwerk in verwerkt. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaarde klager dat de vernielde plateau al op zijn cel lag toen hij daar aankwam. In de celstaat die werd opgemaakt toen klager de cel betrok, staat beschreven dat het meubilair vuil en/of beschadigd was maar nergens werd melding gemaakt dat er een beschadigd dienblad werd gevonden. Bovendien deelde de gevangenis mee dat sinds de intrek van klager in de bewuste cel, er geen celcontrole meer plaatsvond. Gelet op het bovenstaande meent de klachtencommissie dat de verklaring van klager ongeloofwaardig is. Als klager, zoals hij beweert in zijn klacht, de cel gedurende drie uur heeft gepoetst en daarbij het dienblad vond, had hij dit meteen moeten afgeven aan het personeel. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid de beschadigingen kon toerekenen aan klager en bijgevolg de tuchtinbreuk voor bewezen kon verklaren.
Klager werd gesanctioneerd met een algemene tuchtsanctie van vijf dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie wettig was. Bovendien was de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de acht tuchtrechtelijke voorgaanden van klager in het jaar 2023. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager werd gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een inbreuk van tweede categorie. De directeur was van oordeel dat iedere gedetineerde verantwoordelijk is voor de inhoud van zijn cel. Beschadigingen van het materiaal van de gevangenis kunnen niet door de beugel volgens de directie en dienen dus bestraft te worden. De tuchtbeslissing werd gebaseerd op een rapport aan de directeur (RAD). Tijdens een periodieke celcontrole werd op de cel van klager een vernielde plateau gevonden. De plateau was versmolten met een blauwe substantie en er was een deels verbrande handdoek en ijzerwerk in verwerkt. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaarde klager dat de vernielde plateau al op zijn cel lag toen hij daar aankwam. In de celstaat die werd opgemaakt toen klager de cel betrok, staat beschreven dat het meubilair vuil en/of beschadigd was maar nergens werd melding gemaakt dat er een beschadigd dienblad werd gevonden. Bovendien deelde de gevangenis mee dat sinds de intrek van klager in de bewuste cel, er geen celcontrole meer plaatsvond. Gelet op het bovenstaande meent de klachtencommissie dat de verklaring van klager ongeloofwaardig is. Als klager, zoals hij beweert in zijn klacht, de cel gedurende drie uur heeft gepoetst en daarbij het dienblad vond, had hij dit meteen moeten afgeven aan het personeel. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid de beschadigingen kon toerekenen aan klager en bijgevolg de tuchtinbreuk voor bewezen kon verklaren.
Klager werd gesanctioneerd met een algemene tuchtsanctie van vijf dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie kan maximaal vijftien dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie wettig was. Bovendien was de tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk gelet op de acht tuchtrechtelijke voorgaanden van klager in het jaar 2023. Om deze redenen is de klacht ongegrond.