Ga verder naar de inhoud

KC20/23-0064

Fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - SANCTIE - MOTIVERING

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het verstoren van de nachtrust. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur de feiten zoals weergegeven in het rapport aan de directeur (RAD) in redelijkheid en billijkheid bewezen kon verklaren in hoofde van klager gelet op zijn verklaring tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat klager toegaf te hebben geroepen omdat de andere gedetineerden ook riepen. De directeur kwalificeerde de feiten als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort, allebei tuchtinbreuken van tweede categorie.

De directeur heeft een bijzondere tuchtsanctie opgelegd waarbij klager gedurende drie dagen niet mocht deelnemen aan de gemeenschappelijke wandeling. Een bijzondere tuchtsanctie kan echter slechts opgelegd worden mits er een verband is met de aard van de tuchtrechtelijke inbreuk. Het moet met andere woorden over een zogenaamde “spiegelende sanctie” gaan. Het verband tussen het veroorzaken van lawaaihinder vanuit de cel en het verbod om deel te nemen aan de gemeenschappelijke wandeling blijkt niet uit de motivering van de tuchtbeslissing. De keuze voor deze sanctie werd niet gemotiveerd. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.