Ga verder naar de inhoud

KC20/23-0039

Fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS

Klager werd wegens een gat in het raster van vensterstaven tuchtrechtelijk gesanctioneerd met een algemene tuchtsanctie van drie dagen ATV wegens de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie, en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtrechtelijke inbreuk van tweede categorie. Bij de wekelijkse controle van de vensterstaven werd door de opsteller van het RAD en zijn collega vastgesteld dat er zich in het raster een gat bevindt van 46 op 12 cm. De week daarvoor was dat gat slechts 38 op 11. Klager zat de week daarvoor ook al op de cel. Na de zitting heeft de klachtencommissie de celstaat van klager opgevraagd alsook het document/register waarin de afmetingen van de wekelijkse controles van de voorzetramen worden bijgehouden. In de celstaat van klager werd geen schade aan de ramen, vensterstaven of tralie genoteerd. Bovendien werd aan de klachtencommissie gemeld dat “doordat de staat van de voorzetkaders gedurende de ganse periode erg problematisch was en geen consequente herstelling kon volgen, was een adequate opvolging ervan niet langer efficiënt. Ondertussen werden al enkele nieuwe voorzetkaders geplaatst en werd er nieuw opvolgsysteem uitgewerkt ter opvolging van nieuwe schade.”

De directie heeft tijdens de zitting expliciet verklaard dat hij zich voor het bewezen zijn van de feiten, enkel heeft gebaseerd op het RAD. De klachtencommissie erkent dat de rapporten aan de directeur voor de directie een belangrijke basis vormen als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. In het RAD worden schijnbaar objectieve afmetingen vermeld waaruit blijkt dat het gat in het voorzetkader groter zou zijn geworden sinds de vorige controle. Wanneer de klachtencommissie echter een kopie opvraagt van de afmetingen, blijkt dat de controles toch niet zo rigoureus worden uitgevoerd als voorgehouden in het RAD. Dit wordt ook bevestigd in de verklaringen van klager en de directie tijdens de zitting. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directeur op basis van het RAD, de schade niet in redelijkheid en billijkheid kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.