Ga verder naar de inhoud

KC20/23-0001

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Tijdens de tuchthoorzitting verklaarde klager dat de extra kleren en het doorgeeflint van zijn celgenoot waren die deze had achtergelaten toen hij vrijgelaten werd. De directie wijst klager erop dat hij verantwoordelijk is voor hetgeen op zijn cel ligt. Hij had de kleren en dat lint moeten afgeven om geen problemen te hebben. De directie achtte de feiten bewezen en kwalificeerde de inbreuk als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.

De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD. De klachtencommissie meent dat het rapport duidelijk weergeeft dat een doorgeeflint op de cel van klager lag. Het bezit van een doorgeeflint kan wijzen op het doorgeven van voorwerpen tussen gedetineerden, hetgeen verboden is op grond van het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie is verder van oordeel dat klager op de tuchthoorzitting geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de vaststellingen van het personeel niet correct zouden zijn. Klager had de achtergelaten spullen van zijn celgenoot kunnen afgeven aan het personeel indien hij er niets mee te maken wou hebben. De klachtencommissie  ziet dan ook geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  had  mogen  steunen op het rapport.

De klacht is ongegrond.