Ga verder naar de inhoud

KC20/22-0068

Non fondée KC - Mechelen Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS

Er werd naar aanleiding van een celcontrole een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld. Tijdens het verlaten van de cel voorafgaand aan de celcontrole had klager een vreemde groene substantie in zijn handen. Bij het vragen om af te geven heeft hij deze onmiddellijk overhandigd. Tijdens de celcontrole is een vreemde groene substantie op tafel gevonden. Tijdens de tuchthoorzitting verklaarde klager dat de groene substantie inderdaad op tafel lag en dat het zijn eerste reactie was om dat op te pakken. Dat was niet van hem. Zijn celgenoot had dat gekregen op de wandeling. De directie achtte de feiten echter bewezen.
 
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD. De klachtencommissie meent dat dit rapport duidelijk weergeeft dat klager op het moment van de celcontrole verboden substanties in zijn hand vasthad. De klachtencommissie is verder van oordeel dat klager zowel in zijn klacht als op de zitting van de klachtencommissie geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de vaststellingen van het personeel niet correct zouden zijn. De klachtencommissie  ziet dan ook geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  enkel had  mogen  steunen op het rapport.
De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van het bezit van verboden substanties. De klacht is ongegrond.